De Lee-Enfield geschiedenis.

Moderators: Messalina, Tandorini

De Lee-Enfield geschiedenis.

Berichtdoor Tandorini » 26 dec 2010, 22:15

Een Schort Magazine Lee-Enfield (S.M.L.E.) rifle No.1 Mk I.







De SMLE was het resultaat van langdurige ontwikkeling. Dit grendelgeweer werd met groot succes door het Britse leger ingezet in twee wereldoorlogen en is tegenwoordig nog steeds bij enkele legers in gebruik.

Het eerste Lee-Enfield geweer werd in 1895 goedgekeurd voor gebruik door het Britse leger. Het wapen was nagenoeg identiek aan de Lee-Metford die het moest vervangen. Het voornaamste verschil was het nieuwe en meer effectieve patroon van trekken in de loop. Dat was ontwikkeld door de Royal Small Arms fabriek te Enfield Lock. De naam Lee in de naam van het nieuwe geweer sloeg op James Paris Lee, een Amerikaan wiens afvuurmechanisme en patroonhoudersysteem in de Lee-Enfiels geweren gebruikt werd. De eerste combinatie van het Lee geweer met de Enfield trekken werd bekend als de Lee-Enfield Mk I. Dat was een lang wapen dat een bereik had van 1645 m (1800 yard). Voor de cavalerie werd een kortere karabijnversie van de Mk I geproduceerd.
Met de Lee-Enfield gingen de Britten de Tweede Boerenoorlog in. Een van de vele lessen uit die oorlog was dat aparte wapens voor de infanterie en voor de cavalerie onnodige luxe was. Het was duidelijk een groot voordeel om een iets korter wapen in te zetten bij alle legeronderdelen. In 1902 verscheen dan ook een nieuwe, kortere versie van de Lee-Enfield, onder de aanduiding Short Magazine Lee-Enfield Mk I. Al gauw werd deze bekend als de SMLE.
Aanvankelijk waren noch de infanterie, noch de cavalerie er blij mee. De infanterie was bang dat de kortere loop het wapen minder nauwkeurig zou doen zijn. De cavalerie vond de SMLE te lang. Maar het ontwerp hield stand, en detailwijzigingen leverden in 1907 de Mk III op, de klassieke Lee-Enfield.
Een korte beschrijving van de Mk III geeft ook een goed beeld van alle latere versies. De monding van de loop was rondom voorzien van een metalen huls met een knop en een sleuf om daarop de lange bajonet te bevestigen. Twee 'oren' bovenop deze huls beschermden de korrel van het vizier. De rest van de loop was volledig met hout ommanteld. Halverwege zat een metalen band om de loop. Daaraan was de draaibare bevestiging van de draagband bevestigd. Verder naar achteren op de loop was het achterdeel van het vizier bevestigd, boven de greep voor de linkerhand. Het achtervizier was gekalibreerd in stappen van 200 yard (183 m), voor een afstand van 183 tot 1645 m (200 tot 1800 yard). Een speciaal lange-afstandvizier was links van het achterdeel van het vizier gemonteerd. Achter de loop zat de grendel met het afvuurmechanisme. Dit had ten tijde van de komst van de Mk III een hoge graad van efficiëntie bereikt: als de schutter de grendel optilde en naar achteren schoof, werd de gebruikte patroonhuls uit de kamer getrokken en uitgeworpen op het moment dat hij tegen een nok aansloeg. Bij het weer naar voren schuiven van de grendel schoof de volgende patroon in de kamer en werd tegelijk de trekker gespannen. Het geweer was dan al weer vuurklaar, vooropgesteld dat de veiligheidspal in de voorwaartse positie stond. De houder van tien patronen zat onder het grendelmachaniek en was standaard voorzien van een blokkering. Als de blokkering niet verwijderd was, scheidde deze de geladen patroonhouder van het laadmechanisme van de grendel. Het idee was dat in het normale geval het geweer met de hand geladen moest worden. Een enkele patroon werd dan van boven af in de kamer gelegd. In geval van nood kon de blokkering van de patroonhouder worden verwijderd en met de volle houder konden dan tien schoten gelost worden. De patroonhouder werd geladen met clips die elk vijf patronen bevatten. Zo'n clip werd in een geleider boven het grendelmechaniek geplaatst. Met een snelle duwbeweging van de duim werden dan vijf patronen ineens geladen. In de houten kolf zat een metalen vakje met een olieflesje en een reinigingskoord, om het geweer schoon te maken en te onderhouden. Het draaibare bevestigingsoog van de draagband zat onder de kolf.

Loopgravenoorlog.
Toen de Eerste Wereldoorlog gaande was, werd het wapen op sommige punten vereenvoudigd om snellere productie mogelijk te maken. Het lange-afstandsvizier was een van de eerste details die sneuvelden. Op sommige exemplaren werd de blokkering van de patroonhouder verwijderd, en ook minder belangrijke onderdelen werden gemodificeerd. Dit leverde de Mk III* op, die gebouwd werd door verscheidene Britse fabrieken en ook in India en Australië.
In 1914 gebruikte de British Expeditionary Force (BEF, Brits Expeditieleger) in zó sterke mate gericht snelvuur dat de oprukkende Duitsers meenden dat ze onder mitrailleurvuur lagen. Vanaf eind 1914 verzandde de strijd in een loopgravenoorlog onder de slechtst denkbare omstandigheden. De SMLE kon ook bij het meest vreselijke weer en in de modder van de loopgraven afgevuurd worden. Soldaten van verschillende nationaliteit leerden de grendel te beschermen tegen de modder door er een stuk textiel omheen te wikkelen, en natuurlijk werd ook de vuurmond schoongehouden. De SMLE werd vaak voorzien van een scherpschuttervizier of van een periscoop. Zelfs oude, versleten geweren waren nog nuttig te gebruiken door er geweergranaten mee af te schieten.

Gestroomlijnde productie.
Na afloop van de Eerste Wereldoorlog was duidelijk dat, hoe goed de SMLE ook was, eenvoudige produceerbaarheid bij een toekomstige oorlog van levensbelang zou zijn. Naast al hun prettige eigenschappen hadden de Mk III en de Mk III* het nadeel dat ze duur en arbeidsintensief waren om te bouwen. Elk exemplaar moest namelijk nagenoeg geheel met de hand vervaardigd worden. Daarom moest er een sneller te bouwen opvolger komen van wat inmiddels het Rifle No.1 Mk III en Mk III* werd genoemd. Het nieuwe ontwerp werd de Rifle No.1 Mk VI, en nadat alle details waren vastgesteld heette deze versie No.4 Mk I. Het 'nieuwe' ontwerp werd in 1939 in productie genomen, en bleek een beter wapen te zijn dan het origineel. Enkele van de nieuwe kenmerken waren een zwaardere en nauwkeuriger loop, en de plaatsing van het achterdeel van het vizier boven het grendelmechaniek voor een langere vizierbasis. De blokkering van de patroonhouder en enkele andere details werden weggelaten, en in plaats van de lange bajonet kwam nu een kort, spijkervormig exemplaar. Naarmate de oorlog voortschreed, werden steeds meer No.1 exemplaren vervangen door de No.4, maar ook in 1945 bij het eind van de oorlog was de No.1 nog steeds in gebruik.




NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Landmacht:Algemeen.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 2 gasten

cron