UC klassen,mijnenleggende kustonderzeeërs.

Moderators: Messalina, Tandorini

UC klassen,mijnenleggende kustonderzeeërs.

Berichtdoor Tandorini » 03 maart 2010, 21:15

De UC (later 'UC I') klasse werd gelijktijdig met de 'UB I' klasse gebouwd,met diens romp als basis,maar dan in een verlengde versie om hem als mijnenlegger te kunnen inzetten. De vaartuigen hadden geen torpedobuizen. Het leggen van mijnen in de druk bevaren kustwateren rond Groot-Brittannië was een effectieve manier van oorlogvoeren, maar de kanalen waren nauw en derhalve moesten de vaartuigen klein zijn. De mijnenlegger was bijna zes meter langer dan de 'UB I' en had zes in het midden geplaatste mijnenbuizen. Vanaf de bodem liepen deze buizen naar de achterzijde in een schuine hoek van ongeveer 30 graden. In elke buis konden twee mijnen worden meegevoerd die uit de buizen geworpen konden worden als de boot langzaam voorwaarts voer.

Verkleinde Afbeelding
Verkleinde afbeelding. Klik om te vergroten.


De in 1916 buitgemaakte UC 5. De UC 5 was een Duitse Type UC I U-boot en afgeleverd op 19 Juni 1915 te Hamburg. Haar commandanten tijdens Wereldoorlog I waren Herbert Pustkuchen (Juni 1915 - December 1915) en Ulrich Mohrbutter (December 1915 - April 1916). De UC 5 had een ongelooflijke carriere, ze liet 29 schepen zinken met een totaal van 36.288 ton op 29 patrouilles. Ze liep aan de grond bij Shipwash Shoal bij een patrouille op 27 April 1916 (51°59′N 1°38′E). Haar bemanning werd gevangen genomen door de bemanning van de Britse destroyer HMS Firedrake.


Verliezen.
Gedurende het jaar 1915 werden vijftien vaartuigen uit de klasse (UC-1 tot UC-15) in Hamburg en Bremen gebouwd en elders geassembleerd. De risico's voor deze schepen waren zo hoog dat er aan het eind van de Eerste Wereldoorlog slechts één vaartuig over was. Ze konden door hun eigen mijnen verloren gaan, minimaal twee (maar misschien zelfs vijf) vaartuigen uit de klasse gingen ook daadwerkelijk op deze wijze ten onder. Een andere tegenslag was dat de dieptestelling niet veranderd kon worden als het vaartuig eenmaal op zee was. De 'UC I' klasse had geen kanon op het dek, maar kon wel met één defensief machinegeweer met 150 kogels worden uitgerust.
In 1915 verplichtte de buitenlandse publieke opinie Duitsland om hun operaties met de U-boten te beperken en daardoor werd het mijnenleggen belangrijker. Er waren meer gespecialiseerde boten nodig en, net als de UB's, nam hun afmeting toe. De resulterende 'UC II' klasse had een lengte van 49,4 meter, dubbele schroeven en een waterverplaatsing van 417/493 ton. In elk van de zes buizen was plaats voor een extra mijn dankzij de brede kiel. Een andere verbetering was dat er ook drie 500-mm torpedobuizen geplaatst waren en een 88-mm kanon met 133 granaten, waardoor het mijnenleggen gepaard kon gaan met offensieve operaties. Twee van de torpedobuizen zaten aan de buitenzijde van de romp. De derde zat rechtsachter aan de binnenzijde, waardoor het roer en de apparatuur voor het watervliegtuig erg krap gemeten waren. Er werden 64 'UC II's' gebouwd (UC-16 tot UC-79) waarvan er 43 in de oorlog verloren gingen. Ze werden opgevolgd door 25 boten uit de 'UC III' klasse (UC-90 tot UC-114). Deze waren aan de oppervlakte een verbetering ten opzichte van de 'UC II' boten en sommige hadden een 105-mm kanon met 120 granaten in plaats van het 88-mm kanon. De 'UC III' klasse kon veertien UC200 mijnen meevoeren in zes 100-cm buizen. Met een snelheid van 11,5 knopen aan de oppervlakte en 6,6 knopen onder water de prestaties van de 'UC III' klasse verbeterd.
Mijnen die door onderzeeërs werden gelegd vernietigden vele oorlogsschepen van de geallieerden, onder meer HMS Hampshire (UC 75, Lord Kitchener behoorde tot de slachtoffers), HMS Ariadne (UC 65), het Italiaanse slagschip Regina Margherita (UC 14) en de Franse kruiser Kléber die getroffen werd door de UC 61 bij het binnenvaren van de haven van Brest.

Specificatie.
'UC I" klasse
Waterverplaatsing:
168 ton aan de oppervlakte en 183 ton onder water.
Afmetingen: Lengte:34 m ; Breedte:3,2 m ; Diepgang:3 m.
Voortstuwing: Een dieselmotor van 67 kW (90 as-pk) en een elektromotor van 130,5 kW (175 as-pk) naar een schroefas.
Snelheid: 6 knp (11,2 km/u) aan de oppervlakte en 5 knp (9,3 km/u) onder water.
Bereik: 1400 km bij 5 knp (9,3 km/u) aan de oppervlakte, 4 knp (7,4 km/u) onder water.
Bewapening: 12 mijnen.
Bemanning: 16.


Afbeelding

Doorsnede van een 'UC' klasse onderzeeër.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Onderzeeërs

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron