Britse 'E' klasse,oceaanwaardige onderzeeboot.

Moderators: Messalina, Tandorini

Britse 'E' klasse,oceaanwaardige onderzeeboot.

Berichtdoor Tandorini » 06 maart 2010, 20:11

25 mei 1916, HMS E18 verlaat Reval (Nu Tallinn,Estland), 8 dagen later ging ze verloren in de Baltische zee. Het wrak werd in oktober 2009 gevonden voor de kust van het eiland Hiiumaa. Foto's van het wrak laten vermoeden dat ze op een mijn liep.

Bij de uit acht bestaande 'D' klasse van de Britse onderzeeboten, gebouwd in de periode 1909-1912, werden veel van de tekortkomingen uit de 'C' klasse gecorrigeerd. Hoewel 5,79 m langer, waren het zeewaardiger boten. Ze waren uitgerust met zadeltanks die het grootste deel van de ballast buiten de drukromp kon bevatten en daarmee werd het drijfvermogen vergroot. Ze hadden tevens dieselvoortstuwing met twee schroeven in plaats van een benzinemotor en 1 schroef, zodat de wendbaarheid en ook de veiligheid groter was. In termen van bewapening konden ze zowel over een 12-pdr kanon als een derde torpedobuis beschikken.
Men had het gevoel dat, hoewel het ontwerp in het algemeen succesvol was, de 'D' klasse boten problemen zouden ondervinden om weg te draaien na een torpedoaanval vanaf korte afstand, ondanks het feit dat ze waren uitgerust met een bovenliggend onafhankelijk roer. Twee dwarse buizen werden daarom aan het nieuwe ontwerp toegevoegd om aanvallen vanuit de flank uit te kunnen voeren. Het waren deze midscheeps gesitueerde buizen, die de kenmerkende maatvoering voor de onderzeeërs van de 'E' klasse bepaalden.

Complexe bouw.
De 55 rompen van de 'E' klasse die tussen 1913 en 1916 werden gebouwd, werden toen de Eerste Wereldoorlog eenmaal gestart was, verdeeld over 13 privé-werven. De eerste 20 boten werden gebouwd door Vickers and Chatham Dockyards, de 35 exemplaren die volgden door Armstrong Whitworth, Cammel Laird, Fairfield/William Beardmore, John Brown, Palmers/Armstrong Whitworth, Scotts, Swan Hunter, Thornycroft, White, William Beardmore en Yarrow. De boten vielen uiteen in vijf hoofdgroepen die zich vooral van elkaar onderscheidden door hun torpedo-ontwerp en bij zes boten de aanwezigheid van 20 mijnen in plaats van hun midscheeps geplaatste buizen: de mijnopslag in externe verticale goten anticipeerde op toekomstig Frans gebruik. Er werden meestal twee, soms drie, dwarse tussenschotten aangebracht die weliswaar de veiligheid vergrootten maar het herladen van de voorste buizen bemoeilijkten.
De diesels waren Vickers' eigen ontwerp, doorgaans onder licentie gebouwd viertakters met geforceerde injectie, opgestart door middel van perslucht of een elektrische startmotor. De dieselmotoren van de 'E' klasse waren achtcilinders terwijl de 'D' klasse met zescilinders was uitgerust.

Gevarieerde kanonbewapening.
Door hun uitgebreide operationele inzet hadden de schepen van de 'E' klasse een belangrijke en buitengewone variëteit in dekbewapening. Terwijl de eerste boten slechts konden beschikken over een 2-pdr, hadden latere voorbeelden zowel een 12-pdr als een 2-pdr. Eén ervan, de E20, was zelfs uitgerust met een 6-inch (152-mm) houwitser. Door aanpassingen die noodzakelijk waren voor langere afstand radiocommunicatie, moesten enkele 'E' klasse boten een midscheepse torpedobuis opgeven om ruimte te maken voor een draadloze telegraafhut.
De klasse was actief in de Noordzee, de Oostzee en de oostelijke Middellandse Zee. Vlak voor de Slag bij Jutland in mei 1916 werd de E22 één van de eerste schepen die in het kader van een serie experimenten een Sopwith watervliegtuig vervoerde voor operaties tegen Zeppelins. Van de 55 boten gingen er 22 verloren tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Specificatie.
Type E21.
Waterverplaatsing:
667 ton aan de oppervlakte en 807 ton onder water.
Afmeting: Lengte:55,17 m ; Breedte:6,91 m ; Diepgang:3,81 m.
Voortstuwing: 2 dieselmotoren met 1198 kW (1600 as-pk) en 2 elektromotoren van 626 kW (840 as-pk), 2 schroeven.
Snelheid: 14 knp (25,6 km/u) aan de oppervlakte en 9 knp (6,6 km/u) gedoken.
Bereik: 6035 km bij 10 knp (18,5 km/u) aan de oppervlakte en 121 km bij 5 knp (9,3 km/u) gedoken.
Bewapening: Een 12-pdr kanon en vijf 18-inch (457-mm) torpedobuizen (2 boeg, 2 midscheeps en 1 hekgeplaatst met 10 torpedo's).
Bemanning: 30.








NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Onderzeeërs

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 2 gasten

cron