Britse 'J' klasse onderzeeër.

Moderators: Messalina, Tandorini

Britse 'J' klasse onderzeeër.

Berichtdoor Tandorini » 20 maart 2010, 21:15

In 1912 was er behoefte aan nieuwe, moderne types onderzeeërs, waaronder een zeegaand vaartuig van geschikt formaat voor langdurige operaties. Gehoopt werd op een oppervlaktesnelheid van 21 knopen die, samen met het dubbele-rompontwerp (waarbij de buitenste romp een configuratie kon krijgen die onafhankelijk was van de drukeisen die voor de binnenste romp golden), ervoor zouden zorgen dat de boot met de rest van de vloot kon opereren.

Nieuwe dieselmotoren.
Vickers bouwde een prototype, HMS Nautilus, die in 1917 klaar was. Het bedrijf produceerde twee nieuwe 1380-kW dieselmotoren voor deze onderzeeërs, maar het werd al snel duidelijk dat de boot nooit sneller dan 17 knopen zou gaan. Daarom kreeg scheepsbouwer Scotts de taak om een alternatief met stoomturbines te bouwen, HMS Swordfish. Beide waren zeer grote boten, in vergelijking met de 'E' types, maar het ontbrak aan operationele ervaring. Doordat er duidelijk behoefte was aan onderzeeërs met een groter bereik, werd besloten om naar Duits voorbeeld een kleinere onderzeeër met dubbele romp te bouwen en de eis voor een hoge oppervlaktesnelheid te laten vallen. Dit werd de 'G' klasse met met veertien boten.
De twee experimentele boten waren nog niet helemaal gereed toen per abuis bekend werd dat Duitsland een klasse bouwde die een snelheid van 22 knopen behalen zou. Hierdoor was er stante pede grote haast om dit te evenaren. Drie bestaande boten werden voorzien van de grootste beschikbare dieselmotor, de 12-cilinder 895-kW Vickers motor. Dit werd de 'J' klasse.

Productie van de 'J' klasse.
De onderzeeboten uit de 'J' klasse waren de langste boten en aan de oppervlakte behaalden ze een snelheid van 19 knopen. Om de nodige finesses te bewerkstelligen,kregen de zeven boten (zes afgebouwd in 1916 en een in 1917) alleen een dubbele romp over zo'n 56 % van hun lengte. De lengte was grotendeels bepaald door de eisen van de motoren,hoewel onder water alleen de vleugelschroeven draaiden. De breedte moest groot genoeg zijn voor de twee dwarse torpedobuizen in het midden van de onderzeeër en de drukromp zelf puilde plaatselijk een beetje uit. Het waren de allereerste Britse onderzeeërs met vier torpedobuizen aan de voorzijde en een unieke installatie aan de achterzijde waardoor de J1 dieptebommen kon afwerpen. Er ging slechts één boot verloren, bij een aanvaring met het Q schip HMS Cymric, net voor de wapenstilstand. De andere boten gingen naar Australië over.

Specificatie.
Waterverplaatsing:
1204 ton aan de oppervlakte en 1820 ton onder water.
Afmetingen: Lengte: 84 m ; Breedte: 7 m ; Diepgang: 4,3 m.
Voortstuwing: Drie dieselmotoren van 2685 kW (3600 as-pk) en twee elektromotoren van 1007 kW (1350 as-pk) naar drie schroefassen.
Snelheid: 19,5 knp (36,1 km/u) aan de oppervlakte en 9,5 knp (17,6 km/u) onder water.
Bereik: 9250 km bij 10 knp (18,5 km/u) aan de oppervlakte en 100 km bij 5 knp (9,3 km/u) onder water.
Bewapening: Een 3 of 4-inch kanon (76 of 102-mm) en zes 21-inch (457-mm) torpedobuizen vier boeg en twee midscheeps met twaalf torpedo's.
Bemanning: 44.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Onderzeeërs

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron