Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog

Moderators: Messalina, Tandorini

Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog

Berichtdoor Tandorini » 12 jan 2009, 20:36

Het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog is de verzamelnaam voor alle personen en groepen die tijdens de Tweede Wereldoorlog weerstand boden aan de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945).

Voorgeschiedenis.
Op de dag van de capitulatie (14 mei 1940) week de voltallige Nederlandse ministerraad uit naar Londen. Een dag eerder was Koningin Wilhelmina hen al voorgegaan. In eerste instantie kwam het gezag in handen te liggen van de Nederlandse bevelhebber, generaal Winkelman. Na een korte periode van militair gezag werd de opperste macht in Nederland overgenomen door de van oorsprong Oostenrijkse nationaalsocialist dr. Arthur Seyss-Inquart. Hitler benoemde hem tot Reichskommissar für die besetzten niederländische Gebiete (kortweg: Rijkscommissaris). Een nieuwe ministerraad werd niet aangesteld; de secretarissen-generaal behielden de leiding over hun departement. Zij waren nu verantwoording verschuldigd aan Seyss-Inquart. De bestaande lagere overheden bleven volledig intact. Het parlement werd buiten werking gesteld, of liever, als niet bestaand terzijde geschoven. Nederland was geen zelfstandige natie meer.


Afbeelding

Na de Duitse capitulatie werden, althans in de Alblasserwaard, leden van de Landelijke Knokploegen die actief waren geweest in het verzet, opgenomen in de Prinses Irene Brigade

Het verzet.
De enige twee organisaties die onmiddellijk na de Duitse bezetting het ondergrondse verzet gingen organiseren waren de communisten in de CPN en de RSAP onder leiding van Henk Sneevliet. De CPN had al op 15 mei 1940 in het partijgebouw Parlando op het Frederiksplein in Amsterdam een vergadering van de partijleiding waar besloten werd om een ondergrondse organisatie van 2000 personen op te bouwen. Bij de opbouw werd gebruik gemaakt van adviezen van illegale communistische vluchtelingen uit Duitsland. Ze hebben zich van begin af aan verzet tegen de anti-joodse maatregelen, hetgeen overigens begrijpelijk was, omdat een flink aantal leden van joodse oorsprong was. Ook de nieuwverkozen leider voor de ondergrondse CPN Paul de Groot had een joodse achtergrond.

Al direct na de Duitse machtsovername waren er ook niet-communistische mensen die zich voornamen weerstand te bieden. De eerste van hen was Bernardus IJzerdraat. Met pamfletten werden de burgers opgeroepen het Duitse bewind niet te erkennen. Her en der werden plannen gesmeed om tot actie over te gaan. Uit krijgsgevangenschap teruggekeerde militairen namen met elkaar contact op.

Aanvankelijk was deze weerstand spontaan en (achteraf gezien) tamelijk naïef. Pas toen bleek dat de bezetter iedere vorm van protest met harde hand vervolgde, werd men voorzichtiger en gingen sommigen ondergronds. Het fusilleren van achttien gevangenen (waaronder Bernardus IJzerdraat) op 13 maart 1941 was een grote schok. Tegelijk bracht het ook meer mensen in het geweer.

De illegaliteit bracht mee dat de organisatie van het verzet vrij 'los' was, omdat het gevaarlijk was als persoonsnamen werden vastgelegd. Als zulke gegevens in Duitse handen vielen liep de gehele groep het risico te worden opgerold. Men nam een verzetsnaam aan; afspraken werden gecodeerd of uit het hoofd geleerd.

Niettemin ontstonden in de tweede helft van de oorlog landelijk gecoördineerde groepen zoals de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en de aan haar gelieerde Landelijke Knokploegen (LKP). Ook de Ordedienst was een landelijke organisatie. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd een aantal verzetsgroepen gebundeld in de Binnenlandse Strijdkrachten.

Acties
Acties van het verzet bestonden uit het hinderen van de vijand op allerlei manieren, zoals het saboteren van verbindingen en telefoonlijnen, het opblazen van spoorlijnen, aanslagen op bevolkingsregisters, het onder water zetten van overstroombaar gebied door het openzetten van sluizen en spionage.

Vaak was het verzet ook minder spectaculair. Zo moesten onderduikers verborgen gehouden en gevoed worden, hetgeen vervalsingswerk van het Persoonsbewijs, diverse Ausweise en de voorziening van bonkaarten vereiste. Vooral in de laatste jaren van de oorlog was het niet hebben van bonkaarten al bijna een doodvonnis omdat er zonder deze documenten geen voedsel te krijgen was. De LO organiseerde een landelijke 'beurs' voor het plaatsen van onderduikers en het verzamelen van adressen; de Knokploegen zorgden voor de papieren.

Ook het opvangen van geallieerde piloten die boven bezet gebied waren neergeschoten en het doorsluizen van deze mannen richting de Pyreneeën of Zwitserland was belangrijk en gevaarlijk werk. Dit staat bekend als pilotenhulp, hoewel het behalve hulp aan neergeschoten piloten vooral ook hulp aan gevluchte krijgsgevangenen betrof.

De Illegale pers speelde gedurende de hele oorlog een voorname rol, evenals het inzamelen en doorsluizen van informatie. Na het verbod op radio-bezit werden de illegale media nog belangrijker.

Naarmate de oorlog grimmiger werd, werden door leden van het verzet steeds vaker aanslagen gepleegd op verraders of Duitse kopstukken.

Tegenmaatregelen.
De Duitsers beschikten over een goed georganiseerd apparaat om verzet de kop in te drukken Met name de Sicherheitsdienst (SD) was bijzonder efficiënt en dientengevolge gevreesd. Er kon voorts een beroep worden gedaan op de Grüne Polizei en de Wehrmacht.

Onder de eigen bevolking waren er mensen die de Duitse bezetter steunden. Sommigen drongen in opdracht van de Sicherheitsdienst het verzet binnen om vervolgens de verzetsstrijders aan de bezetter te verraden. Na de oorlog werden velen van hen dan ook als landverraders beschouwd en een aantal van hen is terechtgesteld. Velen daarvan (niet allen) waren lid van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB)

Het verzet kende eveneens dubbelspionnen: naar buiten toe NSB, in werkelijkheid verzet. Het was vaak allerminst duidelijk wie er 'goed' of 'fout' was. Zelfs bij de politie (traditioneel gezagsgetrouw) waren de verhoudingen niet helder. Er waren 'dienstkloppers', maar ook velen die een oogje toeknepen; sommige waren lid van de NSB maar anderen namen actief deel aan het verzet.

Ook vele onschuldige burgers werden het slachtoffer van Duitse tegenacties. Een berucht voorbeeld is de razzia in het dorpje Putten op de Veluwe. Daar zijn alle personen van het mannelijke geslacht weggevoerd en velen vermoord nadat een auto van de Wehrmacht tussen Putten en Nijkerk was beschoten. Een ander voorbeeld is de wraak voor de 'toevalsaanslag' van het verzet op SS- und Polizeiführer Rauter. Er werden 116 personen gefussileerd bij de plek van de aanslag. Enige malen zijn ook preventief gijzelaars genomen; een aantal van hen is terechtgesteld.

De intensiviteit van de Duitse tegenacties nam toe naarmate de verzetsdaden toenamen. Vanaf augustus 1944 vond een radicalisering plaats van Duitse onderdrukking en Nederlands verzet, waarbij fusillades als represaillemaatregel steeds vaker voorkwamen. Zo zijn op Rotterdam Zuid op 12 maart 1945 40 mensen tegelijk doodgeschoten, waaronder 3 agenten. Onderzoek uit 2007/2008 bracht aan het licht dat in het executiepeloton zeven Nederlandse agenten waren opgenomen, die Duitse uniformen hadden aangetrokken.

Betekenis
Voor het Duitse bezettingsapparaat betekende het verzet een belangrijke verborgen vijand die overal kon toeslaan.[bron?] Het verzet werd dan ook door de bezetter met harde repressie beantwoord. De Wehrmacht had militaire rechtbanken, die veel verzetsstrijders hebben veroordeeld en terechtgesteld wegens sabotage. De Sicherheitsdienst stond onder rechtstreeks bevel van Heinrich Himmler en had geen rechtspraak nodig. Een nog veel groter aantal werd daarom zonder proces naar Duitse concentratiekampen weggevoerd.

Vanuit bezet Nederland bezien was vermoedelijk de voornaamste betekenis dat de bevolking een hart onder de riem werd gestoken. Het meeste verzetswerk was bij de Nederlandse regering in Londen niet eens bekend; omgekeerd kon zij geen leiding geven aan wat er in Nederland gebeurde. Pas na de bevrijding van Zuid-Nederland veranderde dat. Spionage liep maar al te vaak mis (zie het Englandspiel). Sabotage was een druppel op een gloeiende plaat en werd, evenals liquidatie, van tegenstanders, beantwoord met genadeloze represailles.

De hulp aan onderduikers bood tienduizenden uitkomst, en hinderde bovendien de Duitse oorlogsindustrie door de velen die arbeidsdienst ontdoken. De grondige Duitse administratie werd, geleidelijk aan, meer en meer ontwricht. Breed gedragen stakingen tenslotte, waren voor de nazi's een signaal dat zij niet hoefden te rekenen op steun voor hun 'Nieuwe Orde'.

Fasen in het verzet.
In het eerste oorlogsjaar (mei 1940-februari 1941) heerste vrij algemeen het idee dat het met de Duitse bezetting wel enigszins mee zou vallen. Die indruk werd zeker gestimuleerd door de strategie van Seyss-Inquart om Nederland door middel van een 'massage-politiek' geleidelijk rijp te maken voor de nationaal-socialistische ideologie en opname in een Groot-Duits Rijk.

Derhalve werd er na de capitulatie mondjesmaat verzet geboden. Er waren mensen die al voor de oorlog besloten hadden niets met totalitaire denkbeelden te maken te willen hebben, van links noch van rechts; de CPN, vrijwel meteen door de Duitsers verboden, riep haar leden op tot actief verzet; in de krantenwereld zagen velen zich genoodzaakt ondergronds te gaan vanwege de censuur die meteen werd ingesteld. Ook veel uit krijgsgevangenschap terugkerende militairen hielden het been stijf.

Helaas waren de methoden van deze eerste verzetsgroepen vaak nogal primitief - vrijwel niemand had enige ervaring. Groepen als de Geuzen en de Oranjewacht werden opgerold voordat ze actie hadden kunnen ondernemen; velen werden ter dood veroordeeld. Slechts enkele groepen als de Oranje Vrijbuiters, CS-6 en de groep-Dobbe hielden het langer vol. Ook het zogeheten Militair Comité van de CPN bleef actief ondanks zware vervolging.

Na de Februaristaking van 1941[3] en vooral na de April-meistaking van 1943[bron?] werd het verzet intensiever. Er namen méér mensen aan deel, en tegelijk werd de druk om zich hechter te organiseren groter.

De repressie van de Joden was een belangrijke factor (alle Joden moesten zich vanaf januari 1941 laten registreren); de Joden-deportaties namen begin 1943 een grootschalige aanvang, terwijl reeds op zondag 2 augustus 1942 vele honderden tot het katholicisme bekeerde joden weggevoerd waren als wraak op het Herderlijk schrijven van 26 juli in hetzelfde jaar.[4] Ook de maatregelen om Nederlanders in Duitsland voor de oorlogsindustrie te laten werken werden sterk opgevoerd. Tevens werden oud-militairen onder druk van de actuele oorlogsgebeurtenissen aan het Oostfront in krijgsgevangenschap teruggevoerd.

Al deze maatregelen tezamen zorgden voor een enorme toename van het aantal onderduikers dat hulp nodig had; velen gingen ook actief in het verzet.[bron?] De LO en LKP begonnen zich landelijk te organiseren. Van nu af kwam ook méér contact tot stand met de Nederlandse regering in Londen.

De laatste verzetsfase treedt in na de landing in Normandië en met name na de bevrijding van Zuid-Nederland. De bestaande verzetsgroepen, met name de LKP, de OD en de Raad van Verzet werden nu gebundeld in de paramilitaire Binnenlandse Strijdkrachten onder leiding van Prins Bernhard. Zij krijgen onder meer opdracht de spoorwegen te saboteren ten dienste van de oprukkende Geallieerden.

Bekende Nederlandse verzetsstrijders


Afbeelding
Afbeelding

Hierboven de open brief waarin aan de leden van de G.O.I.W (Gemeenschap van Oud Illegale Werkers), afdeling Groningen, de ontbinding van de organisatie wordt aangekondigd

# Willem Arondeus
# Pierre Louis d’Aulnis de Bourouill
# Frieda Belinfante
# Ko Beuzemaker
# Jacob Boekman
# Jacobus Johannes Wilhelmus (Ko) Boezeman
# Gideon Willem Boissevain
# Jan Karel Boissevain
# Louis Boissevain
# Pater Titus Brandsma O.Carm.
# Krijn Breur en Aat Breur-Hibma
# Henk Das
# Gerrit Frederik Dalenoord
# Jan Dieters
# Sally Dormits
# Kees Dutilh
# Leo Frijda
# Reina Prinsen Geerligs
# Jos Gemmeke
# Daan Goulooze
# Saul (Paul) de Groot
# Walraven van Hall
# Erik Hazelhoff Roelfzema, beter bekend als de 'Soldaat van Oranje'
# Jan Herder
# Herman Holstege
# Jan van Hoof
# Leo en Ina Horn-Boekbinder
# Peter van den Hurk
# Bernardus IJzerdraat
# Louis Jansen
# Johan Janzen
# Gerrit Willem Kastein
# Hans Katan
# Tjerk Kloostra
# Anton de Kom
# Anton Kortlandt
# Helena Kuipers-Rietberg
# Sape Kuipers
# Albert Ferdinand Lancker
# Truus van Lier
# George Maduro
# Allard Oosterhuis, codenaam 'Zwaantje'
# Piet Oberman
# Peter A.M. (Pam) Pooters
# Willem Poorterman
# De gebroeders Marinus en Johannes Post
# Jan Postma
# Klaas Postma
# Gerrit Raap
# H.M. van Randwijk
# Jan de Rooy
# Frits Ruys
# Willem Ruys
# Hannie Schaft, bijgenaamd 'het meisje met het rode haar'
# Cornelis Johannes Pieter (Kees) Schalker
# Henk Sneevliet
# Caspar Speksnijder
# Henk Speksnijder
# Albert van Spijker
# Geert Sterringa
# Han Stijkel
# Arie den Toom
# Gerrit van der Veen
# Jan Verleun
# Koos Vorrink
# Gerben Wagenaar
# Stuuf Wiardi Beckman
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Re: Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog

Berichtdoor Tandorini » 12 jan 2009, 20:40

Organisaties
Onderduikorganisaties

Het belang van onderduikorganisties werd vooral duidelijk na enkele maatregelen van de Duitsers tussen eind 1942 en begin 1943, toen de Duitse repressie zich zichtbaar en zeer merkbaar verhardde. Dit gaat vooral om:

1. versterkte repressie tegen de Joden;
2. nieuwe maatregelen inzake de arbeidsinzet;
3. terugvoering van Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap.

Tezamen leidden deze maatregelen tot de stakingsgolf van april-Mei 1943. De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) werd opgezet door de dominee Frits Slomp en breidde zich snel uit tot een organisatie met regionale en plaatselijke vertakkingen. De Knokploegen waren de militante tak die moest zorgen voor de noodzakelijke voorzieningen.

* Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO)
* Limburgse Onderduikorganisatie (eveneens LO of Roomse LO)

Knokploegen

Het begrip Knokploeg was in eerst instantie bij de politie en de Sicherheitsdienst onbekend. De eerste keer dat ze het begrip tegen kwamen, was in de papieren die ze op 17 oktober 1942 bij een huiszoeking vonden bij Sally Dormits, de leider van een grote zeer militante joods-communistische verzetsgroep in Rotterdam genaamd Nederlandse Volksmilitie (NVM).

De Landelijke Knokploegen waren een tak van de Landelijke Onderduikorganisaties, hoewel ze onafhankelijk zijn ontstaan.

De onderduikorganisaties hadden dringend behoefte aan distributiebonnen, persoonsbewijzen en dergelijke, om hun protegés te beschermen. De Knokploegen zorgden hiervoor door overvallen ('kraken') op distributiekantoren, GAB's en bevolkingsregisters. Bekend zijn bijvoorbeeld de Tilburgse zegeltjeskraak in januari 1944, de overval op drukkerij Hoitsema in Groningen (buit: 131.000 bonkaarten) en de overval op het distributiekantoor van Joure door de Groep-Dobbe.

Mettertijd werden de Knokploegen ook bekend door overvallen op gevangenissen om medestrijders te bevrijden (zie bijvoorbeeld de Overval op het Huis van Bewaring) en liquidaties van verraders.

De landelijke coördinatie was in handen van Leendert Valstar, Izaak van der Horst, Hilbert van Dijk en Liepke Scheepstra; ook Johannes Post en Theo Dobbe waren er enige tijd bij betrokken.

* Landelijke Knokploegen (LKP)
* Westlandse knokploeg (overval Delft)
* KP-Amsterdam (Overval op het Huis van Bewaring I te Amsterdam (1944))
* KP-Waterland (o.l.v. Marinus Post)
* KP-Soest (Tilburgse kraak o.l.v. Johannes van Zanten)
* KP-Meppel
* KP-Ommen (o.l.v. Jan Houtman)
* Friese knokploegen
* Groningen: KP Remco van Reint Dijkema, KP Wim (Groningse kraak op 17 mei 1944 o.l.v. Reint Dijkema), PK.3 (o.a. Jan Wieringa)
* KP-Zeeland
* KP-Helden (Wiel Houwen)
* KP-Twente (Johannes ter Horst, Geert Schoonman, o.m. betrokken bij de Overval op het Huis van Bewaring te Arnhem)

Andere organisaties

* CPN
* De Geuzen
* Groep André
* Marx-Lenin-Luxemburg-front
* De Vonk
* Oranje Vrijbuiters
* Ordedienst
* Raad van Verzet
* Binnenlandse Strijdkrachten
* PBC
* Nederlandse Volksmilitie
* Het Zwarte Rode Kruis

Illegale pers
Vrijwel onmiddellijk na de capitulatie ontstond in de bezetting de Illegale pers. Omdat de bestaande pers, het ANP voorop, werd gelijkgeschakeld, moesten bestaande kranten en radio-omroepen zich houden aan wat door de bezetter werd toegestaan. Over de geschiedenis, zie het artikel Illegale pers. Illegale kranten:

* Het Noorderlicht (november 1940)
* Het Parool (juli 1940)
* Trouw (januari 1943)
* De Vonk van de CPN (oktober 1940)
* De Vonk van de ISB (januari 1941)
* Vrij Nederland (augustus 1940)
* De Waarheid (november 1940)

Koeriers en koeriersdiensten
Koeriers en koeriersters werkten in alle delen van het land en in alle geledingen. Veel grotere organisaties hadden hun eigen koeriersdiensten. Voor de illegale kranten was een distributie-apparaat van levensbelang. Een van de bekendste koeriersters is Betty Trompetter, die samenwerkte met Johannes Post.

Kunstenaars
De kunstenaars kwamen in het geweer, toen voorbereidingen werden getroffen om een Nederlandse Kultuurkamer op te richten. Hierbij moet worden vermeld dat in de loop van 1941 Joden stukje bij beetje uit het artistieke leven werden geweerd. Vóór de instelling van de Kultuurkamer werd een comité gevormd uit alle disciplines om hiertegen te protesteren; de beeldhouwer Gerrit van der Veen was er lid van. Met name onder toneelkunstenaars was veel verzet tegen aanmelding; slechts 10 procent was bereid te tekenen. Hierop werden de directies van de grote gezelschappen onder zware druk gezet; een aantal mensen werd gearresteerd. Enkele gezelschappen - en verschillende orkesten - besloten hierop door te spelen. Voor de mensen die geweigerd hadden werd een geldelijk steunfonds in het leven geroepen. Bij de individuele kunsten was het verzet tegen toetreding tot de Kultuurkamer minder algemeen, zij het dat schrijvers met andere inkomsten eerder geneigd waren hun beroep op te geven. In de rest van de oorlog was van georganiseerd verzet in kunstenaarskringen geen sprake.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18


Keer terug naar Verzet in oorlogstijd.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast