Verbelen en zijn "killers".

Moderators: Messalina, Tandorini

Verbelen en zijn "killers".

Berichtdoor Tandorini » 31 okt 2011, 11:43

Tijdens de eerste twee oorlogsjaren beperkten de activiteiten van het verzet zich tot wat sabotagedaden en clandestiene publicaties. Maar eind 1942 gingen vooral de Gewapende Partizanen over tot het neerschieten van collaborateurs en zelfs van hun gezinsleden.

In de laatste maanden van 1942 werden niet minder dan 60 aanslagen op collaborateurs gepleegd, waarbij 25 doden vielen. De Gewapende Partizanen wilden met hun aanslagen niet alleen het nazisme bestrijden en hun gevallen kameraden wreken, maar ook terreur zaaien in de rangen van de collaborateurs. De leiders van de collaboratiebewegingen werden hierop voortdurend door hun achterban onder druk gezet om terug te slaan en de aanslagen eindelijk te doen ophouden.
Bij de aanslagen op collaborateurs reageerden de Duitsers meestal veel minder heftig dan bij aanslagen op Duitse militairen, waarvan er precies daarom minder plaatsvonden. Bovendien deden de Belgische gerechtelijke instanties en de politie alsof hun neus bloedde, zodat de collaborateurs dan maar de vergelding in eigen handen hebben genomen.

Broederliefde.
De vergeldingsacties uit collaboratiehoek zijn bijna uitsluitend van de Algemene SS-Vlaanderen en de DeVlag uitgegaan, onder leiding en op bevel van Robert Verbelen.
Robert Verbelen woonde vóór de oorlog in Herent bij Leuven, waar zijn vader politiecommissaris was. Robert was journalist, algemeen secretaris van de Vlaamse Voetbalbond en VNV-gewestleider voor het arrondissement Leuven. Na de Duitse inval stapte hij over naar de Algemene SS-Vlaanderen, waarvan hij eerst stormleider in Leuven en nadien stormbanleider voor Brabant werd. Verbelen had een blind geloof in Duitsland en het nationaal-socialisme en dweepte met Hitler en de SS. Zijn familieleden, die zich niet met politiek inlieten, leden erg onder de collaboratie van Robert. Vader Verbelen was veeleer Belgisch gezind en Roberts broer was zelfs plaatselijk commandant van de Witte Brigade. Die heeft ooit tegen een verzetsman gezegd dat hij herhaaldelijk op het punt heeft gestaan zijn broer neer te schieten, maar dat uiteindelijk nooit heeft gekunt omdat Robert toch nog altijd zijn broer was.

Stoottroep in actie.
De aanleiding voor de reeks vergeldingsacties situeert zich op de avond van de 4de december 1942. Aan de Schaarbeekse Poort in Brussel werd toen de 26-jarige SS-stormbanleider August Schollen door de Gewapende Partizanen vermoord. De twee vermoedelijke daders werden enkele uren later aangehouden en begin 1943 geëxecuteerd.
Tijdens een groots opgezette rouwhulde in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel huldigde Jef François de nagedachtenis van Schollen en kondigde aan: "Eens komt de dag der vergelding". Bij de optocht naar het Noordstation kwam het tot incidenten toen omstaanders werden gemolesteerd, omdat zij weigerden de lijkkist te groeten of de Hitlergroet te brengen. Ook in Antwerpen kwam het tot incidenten en zei François: "Uw dood zal honderdvoudig gewroken worden". Op bevel van von Falkenstein werden drie dagen later al tien Belgen, onder wie acht leden van de Gewapende Partizanen, als vergelding gefusilleerd.
Na de aanslag op Schollen begon een lange reeks repressailleakties. Hiertoe was eind 1942 in de schoot van de Algemene SS-Vlaanderen een speciale stoottroep opgericht o.l.v. Schollens goede vriend Verbelen. Deze bende van zo'n 15 tot 20 blindelings gehoorzamende doders - die ook lijfwacht vormde van Jef Van de Wiele - werd geleid door Jef De Meyer en had als uitblinkers de beruchte Julien Van Dooren, Basiel Michiels, Robert Donvil, Frans Mirjoret, Jan Prevoo e.a..
Eind 1942 ging deze stoottroep samen met SS-mannen eigenhandig over tot een hele reeks moorden, overvallen, razzia's, afpersingen en aanhoudingen die dikwijls gepaard gingen met folteringen en diefstallen. Verbelen organiseerde de akties in overleg met de Duitse SD, die hem vervoer, wapens en munitie ter beschikking stelde.

Terreur en tegenterreur.
De reeks vergeldingsmoorden begon op oudejaarsavond 1942 in Sint-Joost-ten-Node, waar gewezen burgemeester Georges Pêtre werd doodgeschoten. Vervolgens werd de 20ste januari 1943 de 72-jarige gepensioneerde generaal Emile Lartigue in zijn appartement op de Brusselse Brand Whitlocklaan neergeschoten. De 8ste februari 1943 werd schepen Eric Sasse van Antwerpen in zijn woning aan de Jan Van Rijswijcklaan door zes onbekenden overvallen en vermoord, zeer waarschijnlijk uit wraak voor een bomaanslag in de buurt van de woning van weduwe Schollen, eerder die dag. De 24ste van diezelfde maand werd de 55-jarige advocaat Raoul Engel in Elsene op klaarlichte dag met een kogel in de rug gedood. Bij de represailles op deze vier vooraanstaanden dient te worden onderstreept dat zij geenszins bij aanslagen op collaborateurs waren betrokken. Zij werden als symbolische slachtoffers uitgekozen in de kringen die volgens de groep Verbelen morele verantwoordelijkheid droegen voor de aanslagen. Jozef Bachot, Schollens opvolger, zei hierover: "Represailles op eenvoudige mensen hadden geen enkel effect gehad. Het terechtstellen van vooraanstaanden in de maatschappij, van grote persoonlijkheden maakte bij iedereen indruk en dat was precies onze bedoeling".
De vier waren bovendien bekende vrijmetselaars en stonden als dusdanig bovenaan de zwarte lijsten van de Algemene SS-Vlaanderen.
In de lente van 1943 ondernamen de Gewapende Partizanen opnieuw een reeks aanslagen op vooraanstaande collaborateurs. De 2de maart 1943 werd een aanslag gepleegd op de nieuwe korpscommandant van de Rijkswacht en tevens hoofd van de Algemene Rijkspolitie, luitenant-kolonel Emiel Van Coppenolle, die echter ongedeerd bleef. Twee dagen later werd Jan Acke, de eigenaar van Steenlandt, de grootste collaboratie-uitgeverij en -drukkerij, samen met een bediende in Brussel doodgeschoten. Die nacht werden in Brussel en omgeving als vergelding vijf personen door de stoottroep Verbelen neergeschoten, waarvan er één overleed.
De 17de april 1943 werd de directeur van het Franstalige collaboratiedagblad "Le Nouveau Journal" en van het dito weekblad "Cassandre", Paul Colin, door de 19-jarige partizaan Armand Fraiteur doodgeschoten. Een maand later, in mei 1943, poogden partizanen Rex-leider Degrelle om het leven te brengen. De aanslag mislukte en de organisator van de aanslag, Marcel Demonceau, werd twee maanden nadien door de groep Verbelen aangehouden en aan de SD uitgeleverd. Hij werd de 22ste februari 1944 in Breendonck gefusilleerd.

Promotie voor Verbelen.
In het voorjaar van 1943 werd Robert Verbelen door Van de Wiele tot stafleider van de DeVlag benoemd. In deze functie verpersoonlijkte hij de nauwe banden tussen de Algemene SS en DeVlag, die beide onder het toezicht stonden van SS-generaal Richard Jungclaus. Verbelen besliste toen trouwens dat ieder lid van de Algemene SS deel moest uitmaken van de DeVlag.
Verbelen had zijn benoeming ongetwijfeld te danken aan zijn bij de SS opgedane ervaring inzake terreurbestrijding. Hij werd belast met de oprichting van de DeVlagwacht, waarvan zijn stoottroep de kern vormde. Deze lijfwacht bestond uit een 60-tal gewapende leden van de Algemene SS en werd belast met de bewaking van de DeVlag-gebouwen, en van de privé-woning van Van de Wiele in Tervuren en met de algemene zorg om diens veiligheid. Maar het korps zette hiernaast tijdens het hele jaar 1943 de represailles tegen de "terroristen van het verzet" en tegen notabelen van het "oude, vermolmde Belgische bestel" onverminderd voort. De lijst is te lang om op alle individuele gevallen in te gaan. Laten we in dit verband enkel stellen dat na de oorlog de Gewapende Partizanen 1137 dodelijke aanslagen op collaborateurs opeisten, terwijl tenminste 10.000 verzetslui door de Duitsers werden terechtgesteld of tijdens represaille-akties om het leven kwamen. Bovendien mag niet worden voorbijgegaan aan het aandeel van de groep Verbelen in het oppakken van Joden in België, waarvan er in totaal 26.000 in Duitse concentratiekampen het leven lieten.
Eén van de hoogtepunten van de represaille-campagne was een grootscheepse, gemeenschappelijke aktie van de groep Verbelen en de Algemen SS: de 28ste februari 1944 werden vier aanslagen op één avond gepleegd. Eerst werd Alexandre Galopin, gouverneur van de Société Générale, vermoord. Andere vooraanstaanden ontsnapten aan de dood, omdat ze niet thuis waren of niet opendeden. In Sint Agatha-Berchem werd een granaat in een herberg geworpen, waarbij acht doden vielen. In de taverne "Le Muscadin" van bokpromotor Emiel Reniers in Brussel werden de klanten met machinepistolen onder vuur genomen, waarna twee handgranaten tussen de tafels werden gegooid. Er vielen 26 gewonden, waarvan er twee overleden. Reniers werd verweten dat hij Karel Sys, die de SS'ers als één van de hunnen beschouwden, "als een vieze Belg", een boksgordel met de Belgische driekleur had doen dragen. In het politiecommissariaat van Vorst, waar twee Nieuwe Orde-agenten door het verzet waren vermoord, werden tenslotte de adjunct-politiecommissaris en twee agenten doodgeschoten. Achteraf bleek de adjunct een VNV-sympathisant te zijn. Tijdens die avond werden in totaal zeven personen vermoord en vielen tientallen gewonden.

Burgeroorlog.
Wegens de groeiende golf van aanslagen werd begin mei 1944 in de schoot van de DeVlag een veiligheidskorps (VK) opgericht dat onder leiding stond van Verbelen. Himmler gaf het VK "carte blance" om "de onverbeddelijke tegenterreur in volle hevigheid te voeren". Het kon beschikken over ongeveer 1000 gewapende SS- en DeVlag-leden.
Na de geallieerde landing in Normandië ging het aantal aanslagen pijlsnel de hoogte in. Terwijl in mei 1944 nog 74 personen het slachtoffer werden van een aanslag, steeg dit aantal in juni tot 110 om daarna in juli te verdubbelen tot 217. Ons land kende tijdens die laatste bezettingsmaanden een ware burgeroorlog, waarin dikwijls zeer wreedaardig werd opgetreden.
Robert Verbelen werd in 1947 door het Belgische gerecht bij verstek ter dood veroordeeld, maar heft nooit één dag in een Belgische gevangenis gezeten. Na de Duitse capitulatie vluchtte hij naar Oostenrijk, waar hij voor de Amerikaanse en daarna de Oostenrijkse inlichtingendiensten ging werken en de Oostenrijkse nationaliteit verwierf. In april 1962 werd Verbelen op verzoek van de Internationale Unie van de Weerstand en Weggevoerden door de Oostenrijkse overheid in hechtenis genomen, maar in het daaropvolgend proces voor het Hof van Assisen in Wenen werd hij vrijgesproken. Sedertdien leidde Verbelen, die wel eens de Vlaamse Barbie wordt genoemd, een vrijwel kommerloos leven in Wenen. Hij overleed in 1990.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Collaboratie in oorlogstijd.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast