Kamp Mechelen.

Alles over concentratiekampen en andere kampen.

Moderators: Messalina, Tandorini

Kamp Mechelen.

Berichtdoor Tandorini » 06 apr 2009, 20:44

Kamp Mechelen (SS-Sammellager Mecheln) was tijdens WOII een zogenoemd doorgangskamp in België.

Dossin kazerne
Het kamp was gevestigd in de Dossinkazerne te Mechelen. Dit gebouw, voluit Kazerne Dossin de Saint-Georges genaamd, naar luitenant-generaal Baron Dossin de Saint-Georges (1854-1936), was in 1756 gebouwd, in opdracht van Maria Theresia van Oostenrijk. Het werd vroeger het Hof van Habsburg genoemd. In juni en juli 1942 werd het door de Duitse bezetter als verzamel- en doorgangskamp ingericht. De Dossinkazerne was voor dit doel ideaal gelegen: centraal tussen Brussel en Antwerpen, waar 90 procent van de Belgische Joden woonden. Tevens liep er tijdens de Tweede Wereldoorlog nog een spoorweg naast de Dossinkazerne, zodat de gevangenen direct in treinwagons konden worden gestopt.

Vanuit dit kamp in Mechelen werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 25.000 mensen, voornamelijk Joden, naar het vernietigingskamp van Auschwitz gedeporteerd. Van hen keerden 1221 personen levend terug. Dit is minder dan 5% van het aantal mensen dat in de kazerne terecht kwam.

Er werden 28 konvooien naar Auschwitz georganiseerd. Het twintigste treinkonvooi werd door het Belgisch verzet te Boortmeerbeek tegengehouden, waardoor enkele Joden konden ontsnappen. Vanaf het twintigste transport werden de Joden vervoerd in goederenwagons: de gevangenen, waaronder vrouwen en kleine kinderen, moesten een aantal dagen rechtop blijven staan. Twee derde van de via Kamp Mechelen gedeporteerden werd bij aankomst in Auschwitz meteen vergast. Het laatste transport vertrok op 13 juli 1944.
Naast Joden werden ook Roma via dit kamp naar Auschwitz gedeporteerd. Op 15 januari 1944 vertrok vanuit Mechelen een 'zigeunerkonvooi' met 351 Roma naar Auschwitz.

De Nederlander Abraham Bueno de Mesquita zat in Kamp Mechelen gevangen. Toen de kampcommandant muzikanten zocht, meldde Bueno de Mesquita zich aan. Zo ontkwam hij aan deportatie naar Auschwitz.

Kazerne Dossin, Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten
De Dossinkazerne is na de oorlog door het Belgische leger sinds 1948 opnieuw gebruikt als militaire kazerne als opleidingscentrum voor de Administratieve diensten (CAD), met behoud van het originele buitenaanzicht. Een klein deel van de toenmalige kazerne is nu het Joods Museum van Deportatie en Verzet. Het geheel zal in 2011 herdoopt worden in Kazerne Dossin, Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten. Dit museum, gewijd aan het lot van de joden in de Tweede Wereldoorlog, werd in 1995 geopend. Het beschikt over zo'n drieduizend bundels bestaande uit inbeslaggenomen documenten van Joodse gedeporteerden. Het betreft brieven, identiteitskaarten en werkvergunningen van 4400 mensen die naar de vernietigingskampen zijn gestuurd via Mechelen. Van deze personen heeft niemand de holocaust overleefd.
Het museum besteedt daarnaast aandacht aan het Joodse verzet en de hulp van de Belgische bevolking.

Begin mei 2008 raakte bekend dat het bureau AWG-architecten o.l.v. Bob Van Reeth de opdracht kreeg om pal tegenover de bestaande Dossinkazerne tegen 2011 een nieuw museum te bouwen. Het gebouw opgevat als een monument tegen het vergeten krijgt een brede invulling: herinneringsteken en documentatiecentrum over de Holocaust en de mensenrechten. Het robuuste en compacte monument is beladen met symbolische tekens onder de vorm van geblindeerde ramen. Er is een voorstel om ze dicht te metselen met 25 267 bakstenen, hetzelfde aantal gedeporteerde joden en zigeuners. Het gebouw gaat over in een terras dat als een soort uitkijkpost doorzicht geeft op de binnenplaats van de oude kazerne, waar de gedeporteerden destijds werden verzameld. De ontwerper laat veel over aan de creativiteit van de scenografen om een boeiend verhaal te maken van deze sinistere plek. Hij stelt zelf dat hij nu de kans krijgt om een gebouw te realiseren met kunstzinnige allures, als een gebaar dat de stad Mechelen moet verrijken. Geen sculptuur of holocaustgedenkteken, beladen met verwijzingen maar een compact gebouw als "denkmal", ijkpunt van de herinnering.
Midden september 2008 maakte de Vlaamse Regering 18 miljoen euro vrij voor de realisatie van het project dat tegen 2011 klaar moet zijn. Twee weken vroeger was er een stichtingsvergadering van de vzw Kazerne Dossin.


http://www.cicb.be/
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Re: Kamp Mechelen.

Berichtdoor Tandorini » 06 apr 2009, 20:58

SS-Sammellager Mecheln
Op het ogenblik dat de Duitse troepen op 17 mei 1940 Mechelen binnentrokken, is de bejaarde katholiek Karel Dessain burgemeester van de stad. Dra wordt er een Militair bestuur geïnstalleerd. Een jaar later in april 1941 wordt Dessain gedwongen om af te treden en hij wordt vervangen door Camille Baeck, die reeds voor het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) zetelde in de gemeenteraad sinds 1938. Hij zal tot aan de bevrijding op 4 september 1944 de oorlogsburgemeester van Mechelen blijven in dienst van de Nieuwe Orde.

Op 11 juni 1942 wordt op een vergadering in Berlijn, waar SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann aan deelneemt, beslist om een aanvang te maken met de 'evacuatie' (een eufemistische term voor 'deporteren') van de joden uit Nederland, België en Frankrijk. België moet het eerste jaar 10.000 Joden 'leveren' en dit op een jaar tijd. Op 28 augustus 1942 zal dit geëiste aantal verdubbeld worden tot 20.000.

De leiding van de deportaties uit België komt in handen van SS-luitenant Kurt Assche die referent Joodse Zaken is en in feite de verlengde arm van Adolf Eichmann in België. Assche op 23 oktober 1942: "De evacuatie betreft alle joden in België en geen van hen zal naar het land terugkeren."

Als verzamelplaats en doorvoerkamp voor de oden van België wordt gekozen voor de Dossinkazerne. Dit omwille van haar centrale ligging centraal op de as Antwerpen en Brussel, de steden waar de meeste Joden wonen. De kazerne bood plaats aan 1.000 personen en beschikte bovendien over een eigen spoorwegaansluiting, een dienstspoor dat de kazerne direct met het net van de Belgische Spoorwegen verbond.

De Dossinkazerne, in feite voluit 'Kazerne Dossin de Saint-Georges' geheten, werd zo genoemd naar Luitenant-Generaal Baron Dossin de Saint-Georges (1854-1936), die in de Eerste Wereldoorlog in 1914 het bevel voerde over de Belgische 2de legerdivisie. De kazerne was voordien het Hof van Habsburg genoemd en werd in 1756 gebouwd in opdracht van Maria Theresia van Oostenrijk.

In Mechelen wordt in juni/juli 1942 de kazerne in grote haast ingericht. Kantoren voor de Duitse opzichters en slaapzalen worden met grof getimmerde houten schotten voor de toekomstige bewoners in elkaar gezet. Vanuit het Brusselse SS-hoofdkwartier worden drie medewerkers naar Mechelen gezonden: SS-Sturmbannführer Philipp Schmitt die vanaf 20 september 1940 kampcommandant van het Auffangs-Lager van Breendonk is, wordt tegelijkertijd ook commandant van het 'SS-Sammellager Mecheln', zoals het verzamelkamp van dan af zal heten. Zijn adjunct-commandant wordt SS-Hauptscharführer Max Boden.

Later werd Philipp Schmitt vervangen door SS-Sturmscharführer Johannes Gerhard Frank, van sectie IV B3 (de "sectie joden") van de Sipo-SD met SS-Hauptscharführer Max Boden die zichzelf als adjunct opvolgt. Uitvoerend commandant wordt de SS-officier Rudolf Steckmann. SS-Untersturmführer Karl Mainzhausen (een boezemvriend van Kurt Assche) was verantwoordelijk voor de bagagecontrole.

Het merendeel van het kamppersoneel was Duitser maar vanaf oktober 1942 werden Vlaamse SS'rs ingeschakeld die de bewaking buiten het kamp optrokken. De Vereniging van joden van België krijgt de opdracht het Arbeitseinsatzbefehl (=tewerkstellingsoproepingsbevel) te verdelen. Daarin staat gestipuleerd dat het om een verplichte tewerkstelling in het buitenland gaat. Aanvankelijk is de doelgroep de niet-Belgische Joden, die ongeveer 94% van de ganse Joodse bevolking in België uitmaken. Maar dat zal later veranderen. Men wilde de joden niet verontrusten en de zaken ordelijk laten verlopen vandaar dat de SS bij die tewerkstellingsoproep een lijst hadden gevoegd met de 'uitrusting' die Joden bij zich moesten hebben (zie kader). De camouflage werkte nagenoeg perfect, tenminste aanvankelijk toch, want spoedig begonnen veel Joden onder te duiken.

De Joden wisten niet beter dat ze tewerk zouden gesteld worden in de fabrieken van de Duitse oorlogsindustrie. Want voordien, op 13 juni werden reeds 2.252 arbeiders naar Noord-Frankrijk gestuurd om daar aan de constructie van de Atlantikwall te werken. De Antwerpse Joodse gemeenschap had hiervan het gros aan arbeiders geleverd, d.w.z. de Duitsers eisten enkel Belgen op en daar vielen dus ook de Joden van Belgische nationaliteit onder. Velen echter zullen later via Franse of Belgische kampen toch in de vernietigingskampen terechtkomen.

Ook beantwoorden velen de oproep omdat ze anders represailles vreesden voor hun achtergebleven familie. Op 27 juli 1942 komen de eerste Joden toe in de Dossinkazerne en gedurende de eerste drie weken melden zich nog eens drieduizend niet-Belgische joden vrijwillig aan. De eerste drie konvooien van telkens duizend Joden raken moeiteloos samengesteld. Op 4 augustus 1942 verlaat het eerste konvooi de Dossinkazerne richting KZ Auschwitz. Onder hen zijn 14% kinderen, en dit doet de argwaan groeien wanneer ook kinderen 'verplicht tewerkgesteld' worden met het gevolg dat 6.000 joden de tewerkstellingsoproep negeren en thuisblijven of een aantal reeds ondergedoken bleken.

Tegelijkertijd wordt er via Koningin Elisabeth die zich het lot van de Joden van Belgische nationaliteit ter harte neemt, een bemiddelingspoging gedaan bij de Führer Adolf Hitler, wat resulteerde in de brief aan Lazare Liebman van 04.08.1942 (zie kader). Deze beloften waren haast het toppunt van cynisme. De zogenaamde 'menselijkheid' die de nazi's aan de dag probeerden te leggen waren pure laaghartige listen om elke onrust de kop in te drukken. De beloften dat familieleden hun dierbaren in de Dossinkazerne mochten bezoeken bleek een val. Op die manier geraakten de nazi's aan de adressen van hun familieleden want ze moesten zich eerst registreren voor dat bezoek.

Nadat de truuk van de Nazi's met het Arbeitseinsatzbefehl spoedig doorzien werd, besloten de Duitsers tot hardere actie. In Antwerpen vinden opeenvolgende nachtelijke razzia's plaats. Op 15-16 augustus, van 28 op 29 augustus en van 11 op 12 september. Ook in het Brusselse vinden nachtelijke razzia's plaats.

Aankomst in het Kamp
De opgepakte Joden werden direct met vrachtwagens naar de Dossinkazerne gevoerd. Hoe het daar aan toe ging weten we ondremeer uit het getuigenis van Claire Prowizur en de Amerikaanse hoogleraar Louis J. Micheels die beiden in het kamp verbleven en hun droevige relaas deden in het boek 'Stille Rebellen' van Marion Schreiber's (zie bron onderaan).

De zware eiken vleugeldeuren van de kazerne ging snel weer dicht eens de vrachtwagens de grote vierkante binnenplaats waren opgereden. De mensen kropen moe en depressief uit de wagens, met hun koffer, een rugzak of een tas met de allernoodzakelijkste spullen in hun hand. Enkele SS'rs in uniform wachtten hen op. De Joden werden verdeeld in verschillende groepen: zij die bestemd waren voor onmiddellijke deportatie zo gauw transport voorhanden was; nationaliteiten van neutrale landen of landen die met Duitsland waren geallieerd waarvan inderdaad een aantal niet werden gedeporteerd; Entscheidungsfalle of twijfelgevallen, zoals personen (Mishlinge) van gemengd bloed of joden die met niet-joden waren gehuwd, werden later naar het kamp in Drancy (Frankrijk) gezonden; en politiek gevaarlijke die naar gevangenissen en strafkampen werden gevoerd. In de eindfase van het bestaan van het kamp kwamen daar ook nog de zigeuners bij.

Iedereen, volwassenen, kinderen en ouderen, moesten in rijen van drie voor een deur met het bord 'Opname' gaan staan om geregistreerd te worden. Hun tassen en zakken bleven achter op de binnenplaats. Binnen stonden drie lange tafels naast elkaar, waarachter SS'rs en jonge vrouwen achter typmachines de gegevens noteerden. Om moeilijkheden met buitenlandse ambassades te vermijden die zich eventueel zouden interesseren voor de verblijfplaats van een gearresteerde burger, noemden de Duitsers alle buitenlandse joden 'statenloos'. Belgische joden kwamen op een andere lijst te staan.

Aan een volgende tafel moesten de gevangenen vervolgens al hun papieren, hun juwelen en hun waardevolle voorwerpen afgeven. Die werden allemaal in bruine enveloppen gestoken en genummerd. Daarop kregen de gevangenen een kartonnen bord met een nummer met aan de achterzijde hun naam. Dat bord moesten ze van dan af altijd met een touw om hun nek dragen. Alle borden kregen naast het nummer ook een Romeins cijfer mee (VII, XVI, XXI enz.) dat in feite het nummer was van het transport waarmee ze op zeker ogenblik zouden worden gedeporteerd.

Sieraden, geld en polshorloges werden in een papieren zak verzegeld samen met hun huissleutels. Alleen trouwringen werden niet afgenomen. Op de papieren zakken werden de afzonderlijke voorwerpen en de naam van de eigenaar en het transportnummer genoteerd. Aan de derde tafel moesten de gevangenen handtekenen voor hun ingehouden spullen.

Vervolgens moesten ze in een zijkamer zich volledig ontkleden en werden hun kleren doorzocht en een lichaamsonderzoek gedaan op verborgen spullen. Nadien konden zij hun tassen en zakken ophalen op de binnenplaats en zich naar de bagagecontrole begeven.

Dit was het terrein van SS-Untersturmführer Karl Mainzhausen, die een brutale geweldenaar was. Wanneer gevangenen treuzelden of hun koffers niet snel genoeg openden sloeg hij er op los. Meestal sloeg hij ook al was er niks aan de hand.

De registratieprocedure nam gemiddeld zo'n drie uren in beslag. Op het einde van de procedure kregen de gevangenen een deken, een bord en een lepel. Vandaar ging het naar de slaapkamers die op de bovenste verdiepingen van de kazerne waren gelegen. Daar waren ruw gebouwde kamers met houten stapelbedden, twee boven elkaar.

De stromatrassen waren doordrenkt van het zweet en het vuil van de voorgangers. Geen kasten, geen stoel, alles moesten ze onder hun bedden wegduwen. Vervolgens hield de Duitse hoofdopzichter Dagobert Meier een korte inleidende toespraak om de dagelijkse gang van zaken en de gedragsregels in de kazerne toe te lichten.

Overleven in de Dossinkazerne
Het regime in de Dossinkazerne was ongemeen hard, en een voorsmaak van wat de joden te wachten stond in de kampen, tenminste toch voor hen die niet onmiddellijk de gaskamers werden in gedreven in Auschwitz-Birkenau.

Om zes uur werden de gevangenen gewekt, ontbijt om zeven uur, daarna werd het werk verdeeld. Middageten om 12u00 en het avondeten om 18u00. Om 21u00 ging het licht uit en moest het absoluut stil zijn. De bedden dienden perfect opgemaakt te zijn, de dekens exact opgevouwen. Niemand mocht ontbreken op de appèls die op gelijk wel uur van de dag en ook tijdens de nacht konden plaatshebben.

De slaapzalen waren ongeveer 21 meter op zeven meter groot en er werden telkens zo'n 100 mensen in onder gebracht. Mannen en vrouwen, kinderen en ouderen alles door elkaar. Op de overloop tussen twee zalen stond twee ijzeren bakken die als po dienst deden. De bewoners werden geplaagd door allerlei ongedierte, luizen, wormen en vlooien. Op de begane grond bevonden zich de 'wasruimtes' met primitieve wasbakken en een tiental stinkende latrines 'Toilet alleen voor Joden'.

Het voedsel was minder dan het minimum en iedereen leed honger. 's Morgens stond er surrogaatkoffie en brood op het menu. 250 gram brood per dag, een theelepel confiture en een theelepel suiker. 's Middags kregen ze een blikken bord met dunnen koolsoep. 's Avonds een beetje brood en twee pollepels magere koolsoep. De Joodse Vereniging van België had een speciale dienst die de gevangenen in de Dossinkazerne pakjes toestuurden met vooral etenswaren en brieven van familieleden of kennissen.

Eén keer per week werden de pakjes verdeeld over de gevangenen, die eerst geopend werden door joodse hulpkrachten onder het toeziende oog van twee SS'rs. Die graaiden onmiddellijk de kostbaarste spullen weg zodat er voor de ontvangers vaak nauwelijks wat restte van wat door hun familie liefdevol en onder grote ontberingen was samengesteld.

Ook slaagde het verzet er soms in om berichten binnen te smokkelen en op de een of andere manier toch contact te houden met de geïnterneerden. Of zoals tijdens de overval op het XXste Konvooi naar Auschwitz, het verzet voordien vele gereedschapstukken had binnen gesmokkelde zodat vele Joden zichzelf konden bevrijden tijdens dat memorabele transport

Deportatie naar het Oosten
Tussen 15 augustus en 31 oktober 1942 worden aldus 13.624 Joden gedeporteerd. Bij aankomst in Auschwitz worden van het vierde transport 82% van de gedeporteerden onmiddellijk vergast. Op 31 oktober vertrekken de Konvooien XVI en XVII. In het totaal werden in 1942 16.621 Joden gedeporteerd, en geen 20.000 zoals de SS voorzien had. Daarom worden nog 2.252 verplicht tewerkgestelden aan de Atlantische Muur via Mechelen naar Auschwitz gedeporteerd. Het militair bestuur van België verwittigt op 31 december ´42 Berlijn dat 'de Joden in het land zich zodanig verbergen dat het zeer moeilijk zal zijn de planning van de deportatie aan te houden'.

Het laatste jaar van de bezetting gaan de deportaties gewoon door. Tientallen Joden worden nog dagelijks opgepakt en naar de Dossinkazerne gebracht. Ook Joden met de Belgische nationaliteit, die tot dan van de bezetter een 'voorkeursbehandeling' hadden gekregen, worden nu gedeporteerd.

In de nacht van 19 op 20 april 1943 wordt het XXe konvooi, met aan boord 1631 mensen, tussen Wespelaar en Boortmeerbeek gestopt door drie jonge verzetsmensen. Zij dwingen de trein te stoppen en slagen erin, ondanks het mitrailleren door de bewakers, een wagon te openen. Van de 1.621 gedeporteerden ontsnappen er 261 tijdens de reis op Belgisch grondgebied: 26 worden neergeschoten of sterven aan verwondingen opgelopen bij het springen van de trein; 17 ontsnappen tussen Boortmeerbeek en Wespelaar dankzij deze stoutmoedige reddingsactie van 3 jongemannen. Dit is de enige bekende poging in Europa om een Jodentransport tot staan te brengen.

'Unser Kampf', een sluikblad uit Charleroi, publiceert in juni ´43 het verslag van twee vluchtelingen uit een werkkamp in Silezië. Zij brengen het bericht van de gebeurtenissen in Auschwitz 'waar men Joden levend verbrand'. Het verslag wordt algemeen op ongeloof onthaald, maar mist toch zijn effect niet op de overblijvende Joden die diep zijn ondergedoken, en stimuleert ook het verzet dat gedrevener dan ooit haar sabotagedaden opvoert.

Op 15 januari 1944 vertrekt het zogeheten 'zigeunerkonvooi' met aan boord 351 zigeuners die recht naar Auschwitz gedeporteerd worden. Op 13 juli 1944 vertrekt het laatste konvooi. In feite werd er nog een allerlaatste konvooi voorzien op 28 augustus 1944. Het betrof hier ongeveer een 1.000-tal mensen die verbleven in Joodse wees- en bejaardentehuizen. Maar het snelle oprukken van de geallieerde legers voorkwam dat het transport van deze groep uiteindelijk niet door kan gaan.

Bevrijding en Nasleep
Tijdens de oorlog wisten de meeste Mechelaars wel dat in de Dossinkazerne Joden uit heel België werden samengebracht en dat ze van daar uit met de trein naar een 'onbekende bestemming' werden gevoerd. Sommige kinderen liepen zelfs een eindje mee met een Jodentrein. In een wanhoopspoging om de aandacht van de buitenwereld te trekken, gebeurde het soms dat de passagiers kleine bezittingen of briefjes naar buiten gooiden. Volwassen Mechelaars bleven soms staan om de inzittenden van de Jodentreinen te groeten, hoewel dat verboden was. De meeste Mechelaars hadden echter geen flauw benul van wat de gedeporteerden uiteindelijk te wachten stond.

In de ochtend van zaterdag 2 september 1944 hield de Duitse majoor Fritsche het in Mechelen voor bekeken en vertrok met de noorderzon. Vervolgens ontvluchtten oorlogsburgemeester Baeck en de VNV-schepenen De Poortere en De Wit de stad.

De vierde VNV-schepen, Baetens had reeds op 20 juli 1944 zijn ontslagbrief ingeleverd. De aftocht kon voor de Duitse bezetter niet snel genoeg gaan en in de nacht van 3 op 4 september verdwenen ze met alles wat enigszins draagbaar was of wielen had. Maandagochtend, 4 september, vielen er in Mechelen haast geen Duitsers meer te bekennen. Die nacht waren trouwens 500 à 600 Joden uit de Dossinkazerne ontsnapt, omdat hun bewakers de benen hadden genomen.

Om 12.15u was het dan eindelijk zover: vier Engelse tanks, gesteund door Canadese infanterie en gegidst door leden van het verzet, heroverden de stad Mechelen. Ze kwamen vanuit Brussel en Gent en achtervolgden de vijand in de richting van Antwerpen en Lier. Grote veldslagen moesten er in Mechelen niet geleverd worden; slechts een handvol Duitsers schoot in een wanhoopspoging zijn laatste munitie leeg. Het laatste oorlogsleed was geleden en dat was eraan te merken ook: de ondergedokenen kwamen uit hun schuilplaatsen tevoorschijn, aan elk huis wapperde de nationale driekleur, de Brabançonne klonk onophoudelijk door de straten.

De dagen na de bevrijding slaat ook in Mechelen de volksrepressie hard toe. 'Incivieken' en collaborateurs worden opgepakt en met vrachtwagens vervoerd naar de Dossinkazerne (en ook naar de kazerne Baron St.-Michel) en werden opgesloten. Op 16 september 1944 werd de Dossinkazerne officieël als interneringskamp ingericht, in afwachting van hun processen. De kampcommandant van Breendonk, en tevens verantwoordelijk voor de leiding over de Dossinkazerne, Sturmbannführer Philip Schmitt, werd op 20 november 1945 ingerekend en in 1950 worden berecht en geëxecuteerd. Tijdens het spraakmakende 'Proces van Breendonk' dat in april/mei 1946 plaatsvond, zal al de ellende van Breendonk en de gebeurtenissen in de Dossinkazerne voor het grote publiek bekend raken.

De balans van de vervolging was ongemeen hard geweest onder de Joodse bevolking van België. Van de 55.670 Joden die op last van de Duitsers werden geregistreerd, werden er uiteindelijk 24.906 gevat en in 28 transporten vanuit de Dossinkazerne gedeporteerd. Slechts 1.194 Joden overleefden de kampen. Van het 'zigeunerkonvooi' van 15 januari '44 overleefden van de 351 gedeporteerden slechts 13 personen de gruwelen.

Van Kazerne tot Museum
In samenwerking met de Joodse Gemeenschap van België, de Vlaamse Gemeenschap, de Provincie Antwerpen, de stad Mechelen en de Koning Boudewijn Stichting werd begin jaren negentig beslist om in een vleugel van de voormalige “Kazerne Dossin de Saint-Georges”, een permanent museum in te richten. In de eerste plaats om een educatief hulpmiddel maken en een gedenkteken, zodat de jongeren de tragische gebeurtenissen van 1939-1945 nooit zullen vergeten en om te voorkomen dat zoiets ooit nog eens kan gebeuren.

Het Joods Museum van Deportatie en Verzet is één van de weinige musea in Europa dat op de historische plaats van het gebeuren zelf getuigt van de tragedie die de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog overkwam. Een historische plaats die zelf diende als wachtkamer voor de uitroeiing van het Joodse volk.

Op 20 september 1992 werd de eerste steen van het museum gelegd door minister-president van de Vlaamse Gemeenschap M. Luc Van den Brande in de aanwezigheid van de Afgevaardigde van Z.M. de Koning, de gouverneur van de Provincie Antwerpen en de Burgemeester van de stad Mechelen. Op 7 mei 1995 werd het museum door Z.M. Koning Albert II ingehuldigd.

In het museum komen meerdere onderwerpen aan bod: de moord op bijna de helft van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het verzet van de Joden die aan de deportatie weten te ontsnappen. De hulp en de medewerking van een brede laag van de Belgische bevolking waardoor velen konden ontsnappen aan de Nazi’s en hun aanhangers.

Joods Museum van Deportatie en Verzet

Adres: Goswin de Stassarstraat 153, 2800, Mechelen
Telefoon: + 32 (0) 15 29 06 60
Fax: + 32 (0) 15 29 08 76

infos@cicb.be
http://www.cicb.be
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18


Keer terug naar Concentratiekampen en andere kampen.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron