Het wonder van de Marne

Alles over Wereldoorlog 1.

Moderators: Messalina, Tandorini

Het wonder van de Marne

Berichtdoor Tandorini » 20 jul 2011, 18:56

Het einde van het Schlieffenplan.
Het Schlieffenplan stond op het punt te slagen. Twee Duitse legers naderden Parijs en de Franse regering was al vertrokken.


Franse troepen in de aanval aan aan de Marne, ze hebben hun donkerblauw-rood uniform nog aan, pas in 1915 zouden ze hun horizonbleu uniform krijgen.

Eind augustus 1914 pakten overheidsambtenaren hun spullen in, klaar om de stad te ontvluchten nu de Duitse legers onstuitbaar oprukten. De Britse commandant, veldmaarschalk Sir John French, keek bezorgd naar de Kanaalhavens terwijl de Britse expeditionaire legermacht zich steeds verder terugtrok en ook de Franse legers langzaam maar zeker naar het westen werden teruggedreven. De legers van de keizer leken op het punt te staan om een snelle overwinning te behalen.
Vanaf de kant van de tegenpartij zag de situatie er echter even naargeestig uit. De adembenemende snelle opmars van de Duitse legers had de manschappen volkomen uitgeput. De troepen op de rechtervleugel van de Duitse linie hadden dagenlang elke dag 32 km gemarcheerd. Van veel eenheden was de helft van de infanteristen uitgevallen door uitputting. Het leger was voor zijn opmars afhankelijk van paarden, maar door een accuut tekort aan paardenvoer waren de cavalerie en de artillerie feitelijk tot stilstand gekomen. Commandanten bleven daardoor verstoken van verkenningsinformatie en hun zware geschut raakte steeds verder achterop.


Britse soldaten zoeken ijlings dekking als ze verrast worden door een Duits artilleriebeschieting.

Eerste aanval.
Begin september staakte generaal Alexander von Kluck met zijn 1e Leger de opmars naar Parijs en draaide naar het zuiden, naar de rivier de Marne. Generaal Joseph Galliéni, de energieke gouverneur van Parijs, pleitte voor een geallieerde tegenaanval om de Duitsers in de flank te treffen. Zo gezegd, zo gedaan. Op 5 en 6 september gingen de Fransen en Britten in de aanval.
Ondanks zijn enorme omvang had het Duitse leger niet de mankracht om het hele front effectief te bemannen. Het gesloten front dat volgens het Schlieffenplan over een linie van Duinkerken tot Verdun moest oprukken, was uiterst onrealistisch, en er vielen grote gaten tussen de Duitse legers. Het 3e Leger van generaal Max von Hausen manoeuvreerde heftig om de flanken van de voorste formaties te dekken, maar toen de geallieerde tegenaanval op gang kwam, zat er een gat van 50 km tussen het 1e en 2e Leger met alleen maar een flinterdun cavaleriescherm ervoor. Op 6 september rukte het Britse leger 13 km op naar de rivier de Grand Morin. Het Franse 9e Leger onder generaal Ferdinand Foch moest nog alle zeilen bijzetten in een verdedigend gevecht. De immer onverstoorbare Foch gaf aan bevelhebber Joffre door:


'Mijn centrum geeft gebied prijs, mijn rechterflank trekt zich terug; situatie uitstekend, ik ga in de aanval'.

Aan zijn linkerflank liep generaal Michel Maunoury tegen zware tegenstand op en zat te springen om een verse divisie die juist was gearriveerd in Parijs. Per trein kon slechts de helft worden aangevoerd, maar Galliéni liet de rest naar het front brengen met zo'n 600 Parijse taxi's, de befaamd geworden 'Marne-taxi's'.

Naar de Marne.
Op 8 september stuitte de BEF (British Expeditionary Force, Brits expeditieleger) op haastig geïmproviseerde Duitse verdedigingslinies langs de Petit Morin. Toen aan het einde van de dag een fel onweer losbarstte, was het IIe Legerkorps van generaal sir Horace Smith-Dorrien de Marne tot op anderhalve kilometer genaderd en lag de 4e Divisie bij Jouarre, waar de Marne en de Petit Morin samenvloeien.
De beslissende dag in de slag was 9 september. De Duitsers waren vastbesloten om bij de Marne stand te houden, een brede rivier met weinig bruggen en met een riante dekking op de oostelijke oever. Toen de BEF echter om 05.00 uur de aanval hervatte, leek de vijand zich terug te trekken. De geallieerden wisten niet dat het Duitse opperbevel tijdelijk verlamd was door de gebeurtenissen in Polen en Oost-Pruisen, waar een gigantisch Russisch leger Duitsland was binnengetrokken. Het Duitse hoofdkwartier lag 160 km achter het front en generaal Helmuth von Moltke nam de dramatische beslissing om een stafofficier naar Frankrijk te sturen en persoonlijk de crisis in het oosten het hoofd te bieden. De hele Duitse strategie in het westen lag nu in handen van één enkele Duitse kolonel.
Belast met de autoriteit van de chef van de generale staf reed kolonel Richard Hentsch 645 km over wegen vol transportcolonnes en bereikte in de nacht van 8 augustus het hoofdkwartier van het 2e Leger van generaal Karl von Bülow. Zijn reis had het vertrouwen in het opperbevel danig ondermijnd, en von Bülow overwoog zich al terug te trekken om het gat tussen hem en het terugtrekkende 1e Leger aan zijn rechterflank te dichten. Op 9 september, toen von Moltke besloot om de opmars naar Parijs door te zetten, had Hentsch al opdracht gegeven tot een strategische frontverkorting.

De slag verloren.
De slag ontaardde in een serie verbitterde achterhoedegevechten toen de geallieerde troepen de Duitsers achterna gingen. Generaal Joseph Joffre merkte op:


"De overwinning huist nu in de benen van de infanterie."

Helaas waren die benen inmiddels oververmoeid. Hoewel de BEF op 10 september de vijand nog 15 km lang op de hielen bleef zitten, hielden de Britten de terugtrekkende Duitse troepen uiteindelijk niet bij.

NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar 1914-1918.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Bing [Bot] en 1 gast

cron