Bomber Command op een dieptepunt.

Alles over Wereldoorlog 2.

Moderators: Messalina, Tandorini

Bomber Command op een dieptepunt.

Berichtdoor Tandorini » 05 nov 2011, 19:47

Twee jaar vol verliezen.
In 1941 werd het takenpakket van RAF Bomber Command gestaag uitgebreid met taken die varieerden van pamfletten uitwerpen tot een begin van een strategische bombardementscampagne. De dramatische verliezen leidden er echter toe dat het voortbestaan van het commando ter discussie werd gesteld.


Een Short Stirling (N6101), van No. 1651 Heavy Conversion Unit Waterbeach, Cambridgeshire, wordt van bommen voorzien. In 1943 werd hij geleidelijk vervangen door Halifax en Lancaster bommenwerpers.

In de loop van 1940 waren de Vickers Wellingtons, Handley Page Hampdens, Armstrong Whitworth Whitleys en Bristol Blenheims van Bomber Command tegen alle mogelijke doelen ingezet. Er werden 21. 089 sorties uitgevoerd (waarvan 17.439 bij nacht). Daarbij stortten 158 bommenwerpers neer en keerden er 652 niet terug.

Zware bommenwerpers.
Op 15 januari 1941 werd Bomber Command opgedragen om precisie-nachtaanvallen op de Duitse synthetische.olie-industrie uit te voeren. Vanwege slecht weer werden in de zes weken die volgden, slechts drie raids uitgevoerd. Ondanks tal van aanloopproblemen debuteerde de eerste generatie zware bommenwerpers in diezelfde tijd. In de nacht van 10 februari vielen Short Stirling Mk I's van No.7 Squadron Rotterdam aan. Twee weken later bombardeerden Avro Manchesters van No.207 Squadron de kruiser Admiral Hipper te Brest. Op 10 maart vielen Handley Page Halifax Mk I's van No.35 Squadron de dokken in Le Havre aan.
De aanvallen van U-boten en Fw 200 Condors op Britse konvooien werden een groeiende bron van zorg. Op 6 maart gaf Churchill de strijd tegen de U-boten en Condors absolute prioriteit. Het offensief daartegen en de aanvallen op de slagkruisers Scharnhorst en Gneisenau in Brest legden een zwaar beslag op de middelen van Bomber Command.
Pogingen om de nieuwe Boeing Fortress Mk I's van No.90 Squadron bij dag in te zetten, liepen op een mislukking uit, hoewel de toestellen opereerden op hoogtes boven 9145 m, wat geacht werd ver boven het plafond van de Duitse jagers te liggen.
Slecht weer beperkte de operaties 's winters, en de korte, heldere zomernachten maakten de operaties in het zomerseizoen extra gevaarlijk.
In 1939 was de nachtverdediging van Duitsland in handen van de Flakafdeling van de Luftwaffe. De 88-mm Flak 36 had een maximale effectieve hoogte van meer dan 6100 m. Bf 109D-1 jagers waren gestationeerd op diverse vliegvelden en de piloten handelden grofweg naar eigen inzicht, met te voorspellen minimaal succes. In de zomer van 1940 werden zo'n 450 zware Flak-kanonnen en meer dan honderd zoeklichten in batterijen rond de Duitse steden geplaatst.
In het voorjaar van 1940 begon 1./ZG 1 van kapitein Wolfgang Falck te Aalborg in Denemarken met experimentele nacht-onderscheppingen met de Bf-110C-1 Zerstörer. Toen de RAF begon met het offensief tegen het Ruhrgebied, gaf Göring Falck opdracht om het Nacht und Versuchsstaffel (nacht- en testeenheid) te Düsseldorf op te richten. Vanuit dat bescheiden begin ontstond de grootste en meest geduchte nachtjagereenheid aller tijden.
Aanvankelijk waren zoeklichten en Flak geconcentreerd in het Ruhrgebied en rond de Nederrijn. Op aandrang van Kammhuber werd de verdediging herzien in een lijn sectoren die zich uitstrekte van Jutland tot ten zuiden van Luik. De Britten spraken van de Kammhuber Line. Een jager cirkelde rond achter een batterij zoeklichten en viel aan zodra de lichtbundel een bommenwerper 'ving'. Dit werd aangeduid als de Henaja (Helle Nachtjagd). Luitenant Werner Streib van NJG 1 (Nagtjagdgeschwader, nachtjagersquadronà boekte op 20 juli 1940 de eerste Heneja-overwinning.

Radar.
De Duitsers beschikten in 1940 over grondradar van goede kwaliteit, maar ze lagen te minste twee jaar achter op de Britten met de Ontwikkeling van AI-radar (Airborne Interception, vliegende onderschepping). In de zomer van 1940 werden experimenten uitgevoerd met de GEMA FuMG 80 (Freya) radar voor eenvoudige jageronderschepping. Langs de hele kustlijn van Europa werden snel Freya radarposten geïnstalleerd. De eerste zege volgde op 2 oktober, toen het Freya-station te Nunspeet luitenant Ludwig Becker met zijn Do 17Z-10 tot binnen vijftig meter van een Wellington bracht, die hij vervolgens neerschoot. Uiteindelijk werden ongeveer zestien Freya-sectoren ingericht voor de zogenaamde Dunaja (Dunkle Nachtjagd) boven de kust.

Indringers.
In september 1940 werd I./NJG 2 opgericht voor nachtelijke operaties tegen RAF-vliegbases in oostelijk Engeland. Binnen enkele weken kreeg de Gruppe de beschikking over de Junkers Ju 88C-4 met een driekoppige bemanning en bewapend met twee 20-mm MG-FF/M kanonnen en drie 7,92-mm MG 17 mitrailleurs. Operaties tegen terugkerende RAF-bommenwerpers bleken zeer succesvol.
Kammhubers pogingen om het aantal indringer-missies op te voeren, werden geblokkeerd door kolonel-generaal Hans Jeschonnek, de chefstaf van de Luftwaffe, die weinig zag in een dergelijke verdunning van de beschikbare middelen. Uiteindelijk werden op 10 oktober 1941 de Duitse indringer-missies helemaal stopgezet op bevel van Hitler. De Gruppe werd overgeplaatst naar het Middellandse-Zeegebied.
Ten tijde van de Duitse invasie in Rusland op 22 juni 1941 beschikte Bomber Command over ongeveer duizend vliegtuigen in 49 squadrons. Acht squadrons met zware bommenwerpers waren operationeel of in training, maar de inzetbaarheid was laag. Van juni tot december 1941 was slechts de helft van de achthonderd middelzware en zware bommenwerpers inzetbaar, en het nachtelijke gemiddelde daalde bij tijd en wijle tot slechts zestig.

Daglichtaanvallen.
Sommigen binnen de Air Staff waren de mening toegedaan dat alleen met daglichtaanvallen Duitsland schade kon worden toegebracht. De verdediging van de Luftwaffe aan de westkant van Duitsland was op dat moment minimaal. In Noord-Frankrijk en België waren nauwelijks meer dan twee squadrons aanwezig.
Het War Cabinet begon steeds sterker te twijfelen aan de nauwkeurigheid en de effectiviteit van de raids tegen Duitsland en andere landen. Een analyse van 18 augustus 1941 bracht een aantal dramatische waarheden aan het licht. Slechts een kwart van alle bemanningen die beweerden 's nachts het doel bereikt te hebben, had dat inderdaad. In de verwarrende situatie boven het Ruhrgerbied wierp slechts één op de tien bommenwerpers zijn bommen binnen 8 km van het doelgebied af.
In september hervatte Bomber Command de aanvallen op de U-bootbunkers in Frankrijk. Nu de Admiraliteit en RAF Middle East en Coastal Command steeds meer operaties van Bomber Command eisten, besloot de Air Staff om de operaties een tijdlang te staken en een hernieuwd offensief in het voorjaar van 1942 te ontketenen.

Crisis aan het thuisfront.
Toen in de winter van 1941 ook Japan in oorlog raakte met Groot-Brittannië en de VS en de Slag op de Atlantische Oceaan intensiveerde, kwam Bomber Command steeds openlijker onder vuur te liggen van het eigen thuisfront vanwege de magere resultaten die in de eerste twee oorlogsjaren waren geboekt. Velen eisten zelfs een volledige ontbinding van het commando. De grootste vijanden van Bomber Command huisden in die dagen in Londen.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar 1940-1945.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron