De Oorlog in Nagorno-Karabach

Alles over andere conflicten uit de 20e Eeuw.

Moderators: Messalina, Tandorini

De Oorlog in Nagorno-Karabach

Berichtdoor Wolfram » 15 aug 2013, 13:46

De Oorlog in Nagorno-Karabach was een gewapend conflict tussen Nagorno-Karabach, dat naar zelfbeschikking streeft (volstrekte onafhankelijkheid van Azerbeidzjan ofwel aansluiting bij Armenië), en Azerbeidzjan, dat deze regio onder volledige zeggenschap wil hebben. De wortels van het conflict gaan terug tot het begin van de 20e eeuw. In februari 1988 escaleerde het conflict geleidelijk tot een daadwerkelijke oorlog tussen Azerbeidzjan en Nagorno-Karabach, waarbij Armenië vanaf het begin hulp leverde aan de laatste en sinds 1993 zelf ook betrokken raakte bij het conflict.
Momenteel is Nagorno-Karabach de facto onafhankelijk van Azerbeidzjan, maar is internationaal niet erkend. De meeste landen van de wereld rekenen deze regio de jure (formeel) tot het grondgebied van Azerbeidzjan. Sinds 1994 onderhandelen Armenië en Azerbeidzjan over de toekomstige status van het gebied.

Bij de oorlog in Nagorno-Karabach, staan het zelfbeschikkingsrecht van een volk en de territoriale integriteit van een staat tegenover elkaar. Formeel behoort Nagorno-Karabach tot het grondgebied van Azerbeidzjan. Maar de Azerbeidzjaanse autoriteiten hebben momenteel geen enkele zeggenschap over Nagorno-Karabach. De facto gedraagt Nagorno-Karabach zich als een onafhankelijke republiek, waarbij sprake is van Armeense invloed op het bestuur. In de oorlog van 1991-1994 hebben de Armeniërs van Nagorno-Karabach inmiddels niet alleen de voormalige autonome oblast gefortificeerd, maar ook de omstreken bezet, om zo verbinding te krijgen met Armenië[8] en een veiligheidsgordel te vormen. Als vergelding voor het bezet houden van Azerbeidzjaans grondgebied, houden Azerbeidzjan en bondgenoot Turkije de grenzen met Armenië en Nagorno-Karabach gesloten.

Volgens Strabo en middeleeuwse Armeense kronieken waren de Armeniërs al in de Oudheid dominant in dit gebied. Armeense prinselijke dynastieën hebben door de eeuwen heen succesvol het gezag uitgeoefend in Nagorno-Karabach en bleven een lange tijd soeverein. De geschiedenis van de Turkse minderheid van Nagorno-Karabach gaat daarentegen niet langer terug dan tot het begin van de 18e eeuw; zij kwam hier met name onder het Karabachkanaat. In 1805 werd Karabach geannexeerd door het Russische Rijk, bekrachtigd met de Vrede van Gulistan in 1813. Van een stabiele Russische overheersing kon er evenwel alleen na de Tweede Russisch-Iraanse oorlog (1826-1828) sprake zijn.

Afbeelding

In februari 1988 verzocht het regionale bestuur van Nagorno-Karabach aan de Opperste Sovjet van Azerbeidzjan en Armenië om in te stemmen met een overdracht van het gebied aan Armenië. Zij meenden dat de Armeense bewoners van het gebied onder het bestuur van Haidar Alijev te weinig rechten hadden. In de Sovjet-Unie voerde Michail Gorbatsjov een politiek van glasnost en perestrojka, waardoor de autoriteiten van Nagorno-Karabach hun verzoek legitiem achtten. Het verzoek werd echter afgewezen door de Azerbeidzjaanse regionale autoriteiten en door de federale Sovjet autoriteiten. Dit leidde tot massale demonstraties in de Armeense hoofdstad Jerevan en in Nagorno-Karabach zelf. Azerbeidzjanen begonnen Armenië te verlaten en er gingen geruchten dat deze vluchtelingen onderweg werden aangevallen. Dit vormde de aanleiding voor drie dagen anti-Armeens geweld in de Azerbeidzjaanse stad Soemgait. Officiële cijfers spraken van 32 doden, waarvan 26 Armeniërs, maar de Armeniërs schatten het aantal slachtoffers aanzienlijk hoger in. Door de pogrom van Soemgait kreeg Azerbeidzjan in de media al snel de schurkenrol toebedeeld. In werkelijkheid maakten beide partijen zich schuldig aan geweld tegen burgers en vluchtelingen, soms 'spontaan’ en soms georganiseerd.
Gorbatsjov reageerde door te verklaren dat artikel 78 van de constitutie het onmogelijk maakte dat het grondgebied van Sovjet-republieken zou worden gewijzigd zonder de instemming van de betrokken republieken (in dit geval van Azerbeidzjan). Hij vreesde dat toegeven aan de wens van Nagorno-Karabach een precedent zou scheppen, en bood het gebied daarom geen gelegenheid om zich aan te sluiten bij Armenië. Daardoor liepen de spanningen verder op. Dit ontaardde tenslotte in etnische zuiveringen, zowel in de Nagorno-Karabach als in Armenië en in Azerbeidzjan. In september 1988 werden er Sovjet-troepen naar het gebied gestuurd.
In januari 1990 riepen de Sovjetautoriteiten de noodtoestand uit, na een nieuwe pogrom in Bakoe. Dat jaar stond in het teken van gevechten in verschillende steden in Azerbeidzjan, waar troepen uit Armenië, Azerbeidzjan en de Sovjet-Unie bij betrokken waren.

In april 1991 werd er voor het eerst groot militair materieel ingezet. Daardoor wordt 1991 ook wel eens genoemd als jaar waarin het conflict werkelijk begon, in plaats van 1988. De door Armeniërs bevolkte dorpen Getasjen en Martunasjen werden vernietigd, nadat de bevolking opdracht had gekregen te vertrekken en documenten moest ondertekenen waarin stond dat het vertrek vrijwillig was. Lang niet alle bewoners wisten aan de vernietiging te ontkomen, er vielen veel slachtoffers. Een periode van openlijk grootscheeps geweld in het conflict was hiermee aangebroken. De autoriteiten in Azerbeidzjan verdedigden het geweld, en zeiden dat de massale volksverhuizingen de vrijwillige keus van de Armeense bevolking waren en daarom geen punt van zorg.

In het voorjaar van 1991 werd in de Sovjet-Unie een referendum uitgeschreven over de vraag of de verschillende republieken een eenheid zouden blijven. Verschillende republieken, waaronder Armenië, boycotten dit referendum. Op 2 september 1991 verklaarde Nagorno-Karabach zich onafhankelijk, drie weken later gevolgd door Armenië en op 18 oktober 1991 door Azerbeidzjan.
Hoewel het in 1991 niet meer direct de bedoeling van Nagorno-Karabach was om deel uit te gaan maken van Armenië werd het gebied toch te hulp geschoten door de Armeense strijdkrachten toen Azerbeidzjan zich gewapenderhand verzette tegen de onafhankelijkheid van het gebied. De gevechten waren hevig, mede doordat er wapens uit het Sovjetarsenaal beschikbaar waren. Het gevolg was een vluchtelingenstroom die twee kanten op trok: de meeste Azerbeidzjaanse inwoners verlieten het gebied, Armeense vluchtelingen uit Azerbeidzjaanse gebieden trokken er juist naartoe.
Aanvankelijk stond Azerbeidzjan er in militair opzicht veel beter voor dan Armenië. Ten tijde van de Koude Oorlog had de Sovjet-Unie Armenië bedoeld als frontgebied, mocht er een aanval komen vanuit Turkije. Armenië zelf was daardoor voorzien van een klein leger, terwijl Azerbeidzjan over veel meer materieel beschikte. Intussen was de Sovjet-Unie echter uit elkaar gevallen. In het gebied achtergebleven Sovjet-troepen verkochten hun materieel voor een appel en een ei, waardoor beide partijen in korte tijd kon beschikken over een ruim arsenaal aan wapens, munitie en vervoermiddelen. Beide landen kregen ook buitenlandse steun. Azerbeidzjan werd door verschillende Arabische landen gesteund, en ook door Iran, Turkije en Israël. Armenië kreeg steun uit Rusland, aanvankelijk in het geheim maar later meer openlijk.
De Sovjettroepen hadden zich overigens slechts tijdelijk teruggetrokken uit het gebied. In februari 1992 keerden deze troepen, nu in het kader van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, terug naar Nagorno-Karabach. Zij maakten een hoofdkwartier in Stepanakert, met de bedoeling de rust in het gebied te handhaven.

Armenië kon het gebied uitsluitend bereiken door gebruik te maken van het vliegveld van het stadje Khojaly (zeven kilometer ten noorden van Stepanakert): het enige vliegveld in Nagorno-Karabach. In februari 1992 begonnen Armeense troepen een offensief om de controle over dit stadje te krijgen.
Volgens Azerbeidzjan en volgens organisaties als Human Rights Watch begon na de inname van Khojaly een slachting waarbij honderden slachtoffers vielen. Het 366e Russische gemotoriseerde regiment zou assistentie verleend hebben. Door koude en honger vielen andere slachtoffers onder vluchtelingen die wisten te ontkomen. Volgens Armenië echter vielen er uitsluitend slachtoffers onder de verdedigers van het dorp. Burgerslachtoffers vielen volgens Armenië doordat burgers zich mengden onder de verdedigers. Ook verklaarde Armenië dat burgers konden vluchten via een humanitaire corridor, en dat ze in die corridor juist door Azerbeidzjaanse troepen werden gedood. Armenië verdedigde de aanval met het argument dat vanuit Khojaly beschietingen werden uitgevoerd op Stepanakert, die na de aanval stopten.
Twee maanden later viel Azerbeidzjan het Armeense dorp Maragha aan, bij wijze van wraakoefening. Armeense bronnen zeggen dat hier soortgelijke taferelen zich afspeelden, hetgeen door de Azerbeidzjaanse zijde wordt ontkend.

In mei 1994 werd een akkoord bereikt tussen de strijdende partijen (het zogenaamde Bishkek Protocol). Sindsdien is sprake van een wapenstilstand tussen Armenië en Azerbeidzjan. Hoewel de militaire grenzen onveranderd zijn gebleven, vinden incidenteel nog schendingen plaats van het staakt-het-vuren.
Onder supervisie van de OVSE wordt er al jaren gezocht naar een oplossing voor de impasse rond de enclave in de zogenaamde Minskgroep, onder gezamenlijk voorzitterschap van Frankrijk, de Verenigde Staten en de Russische Federatie. Deze oplossing is echter nog steeds niet gevonden. Op 14 augustus 2002 vond in Sadarak de laatste bilaterale ontmoeting plaats tussen de presidenten van Armenië en Azerbeidzjan. Daarbij waren de voorzitters van de Minskgroep niet aanwezig. Op 6 oktober 2002 spraken de presidenten nog eens met elkaar tijdens de GOS-top in Moldavië en op 21 november 2002 ontmoetten zij elkaar tijdens de NAVO-top in Praag. Daarna heeft er geen ontmoeting meer plaatsgevonden. De geschilpunten in de onderhandelingen liggen op het gebied van de status van de enclave, de Armeense terugtrekking uit de bezette gebieden, de corridors door Azerbeidzjan naar Nagorno-Karabach, de status van de exclave Nachitsjevan en de terugkeer van vluchtelingen naar de gebieden waaruit zij verdreven waren.
Afbeelding
De huidige situatie

Afbeelding
Ethnische kaart van de regio

http://nkrusa.org/nk_conflict/index.shtml
http://www.artsakh.org.uk/
http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/count ... 658938.stm
http://www.rferl.org/content/article/1065626.html

Het grootste deel van de bevolking van Nagorno-Karabach (ca. 145.000) bestaat uit etnische Armeniërs. Daarnaast zijn er Russen, Oekraïners, Grieken en Georgiërs.
Er wonen niet veel Azerbeidzjanen meer, op een enkel gemengd gehuwd echtpaar op leeftijd na. Ook woont er een klein aantal nakomelingen uit een gemengd Armeens-Azerbeidzjaans huwelijk. Het gaat in totaal om niet meer dan 100 mensen met een Azerbeidzjaanse achtergrond, die hun naam vaak in een Armeense naam hebben veranderd en die vloeiend Armeens spreken. Tegelijkertijd wonen ongeveer 10.000-30.000 Armeniërs op de gebieden die onder Azerbeidzjaanse bestuur staan. De Armeense taal is de officiële taal in Nagorno-Karabach. De algemene omgangstaal is een vertakking hiervan: het Karabachse dialect. Buiten Nagorno-Karabach wordt het gesproken onder andere in Sjoenik en Tavush, en tot de jaren 90 door de Armeniërs in Bakoe, Soemgait en Gandzja.
Naast het Armeens is het Russisch de tweede belangrijkste taal. Er zijn nog veel Karabachers die deze taal zelfs beter spreken dan hun moedertaal. Ten tijde van de Sovjet-Unie kozen de meeste Armeniërs voor Russisch onderwijs, zodat zij in elk geval geen Azerbeidzjaans hoefden te leren
Wolfram
Korporaal-chef
Korporaal-chef
 
Berichten: 44
Geregistreerd: 11 apr 2013, 10:59
Woonplaats: Nederland

Keer terug naar Andere conflicten.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron