De marine.

Alles over het Belgische leger.

Moderators: Messalina, Tandorini

De marine.

Berichtdoor Sabina » 08 jun 2008, 19:44

Inleiding.


Afbeelding

Kannoneerboot.

De Koninklijke Marine werd gesticht in 1831. In de loop van onze nationale geschiedenis heeft zij meerdere "gedaanten" gekend.
Korps der Zeelieden en Torpedisten van 1917 tot 1927

Het Marinekorps van 1939 tot 1940

De Belgische Sectie van de Royal Navy van 1941 tot 1946

De Zeemacht van 1946 tot 1996

In 1996 vierde de Marine de vijftigste verjaardag van haar wettelijke erkenning. Het is de eerste keer dat een Belgische Marine deze leeftijdskaap overschrijdt. Onder andere benamingen voer ze echter al veel vroeger in onze territoriale wateren...

Deel 1 : Het prille begin

Afbeelding

De Louise-Marie.

In 1996 vierde de Marine de vijftigste verjaardag van haar wettelijke erkenning. Het is de eerste keer dat een Belgische Marine deze leeftijdskaap overschrijdt. Onder andere benamingen voer ze echter al veel vroeger in onze territoriale wateren...

Na de Slag van Waterloo in 1815 maakt België deel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlandse vloot integreert de Belgische zeelieden in die periode. In september 1830 breekt echter de revolutie uit. Het Nederlandse leger wordt teruggedrongen tot aan de huidige grens, maar biedt weerstand vanuit twee bolwerken: Antwerpen en Maastricht. Een Hollands flottielje blokkeert de Schelde en verhindert elke handelsactiviteit.

De Koninklijke Marine

Afbeelding

De Duc de Brabant.

Om aan deze blokkade het hoofd te kunnen bieden, besluiten De Kamers op 15 januari 1831 om de Belgische Koninklijke Marine op te richten. Ze beslissen om twee brigantijnen (lichte vracht- of oorlogsschepen met twee masten) te laten bouwen, de ‘Congrès’ en ‘Les Quatre Journées’.

Nadat het Franse leger de Antwerpse citadel inneemt (en haar op 31 december 1832 aan België teruggeeft), tuigt de Koninklijke Marine de buitgemaakte kanonneerboten op de Schelde weer op. Met deze schepen zal de Marine vooral opdrachten als de visserijwacht, de controle van de territoriale wateren en de beteugeling van overtredingen op zich nemen.

Deel 2 : 1835 - 1940

Vanaf 1834 leent ze bemanningen uit aan rederijen om het maritieme verkeer en de handelsrelaties met onze kolonies weer aan te zwengelen. Met de aanschaf van de schoener (zeeschip met scherpe boeg) ‘Louise Marie’ in 1840 en de brik (zeilvaartuig voor de grote vaart) ‘Duc de Brabant’ in 1845, lonkt de Marine naar verdere horizonten. Deze schepen zullen eveneens de maritieme handel en de koloniale expansiepolitiek, aangemoedigd door onze vorst, bevorderen.

Verder wordt de maritieme lijn Oostende-Dover ingehuldigd, waarvan de eerste veerdiensten aan officieren en matrozen van de Koninklijke Marine worden toevertrouwd.

In 1862 ziet de de regering echter af van een militaire marine en vervangt ze door een Staatsmarine.

Korps der Zeelieden en Torpedisten

Afbeelding

Veerdienst


Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, heeft België geen Marine meer. Omdat onze koopvaardijschepen ten prooi vallen aan Duitse onderzeeërs en onze kustwateren vergeven zijn van mijnen, is improvisatie noodzakelijk.

Het Belgische leger trekt beroepszeelui terug van het front en hergroepeert hen in een depot in Gravelines. Ze maken eerst deel uit van de bemanningen van het 6de Franse Mijnveegsmaldeel, gebaseerd in Calais. Daarnaast leveren ze ook de ploegen die de artilleriestukken bemannen aan boord van onze handelsschepen. In 1918 wijst het Verdrag van Versailles een deel van de door de geallieerden buitgemaakte schepen aan België toe. Het Korps der Zeelieden en Torpedisten ontvangt 11 torpedoboten en 26 mijnenvegers, die in Brugge hun ligplaats krijgen. Bovendien doet de ‘Entrecasteaux’, een Franse kruiser, er dienst als vlottende basis. Een Rijnflottielje wordt eveneens opgericht om toezicht te houden op de rivier tussen Keulen en de Nederlandse grens. Ondanks alles wordt het Korps in 1927 om budgettaire redenen afgeschaft.

Het Marinekorps

Afbeelding

MMS M-188


Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog is België opnieuw marineloos. Binnen de kortste keren moeten personeel en middelen gevonden worden. Het opgerichte Marinekorps neemt onder meer de speurtocht naar en de vernietiging van vlottende mijnen in onze kustwateren voor zijn rekening. Ondanks de beperkte middelen slaagt dit pas ontluikende korps er toch in om meer dan 250 mijnen te vernietigen.

In mei 1940 neemt het Marinekorps deel aan de evacuatie van België en vooral aan die van Duinkerken in Frankrijk. Aansluitend verleent het zijn medewerking aan de operaties van de Franse Marine tot 25 juni 1940, datum waarop onze schepen in Spanje aan de ketting worden gelegd. Enkel de P16 slaagt erin aan dit lot te ontkomen en Engeland te bereiken, waar het schip onder de naam ‘HMS Kernot’ als patrouillevaartuig dienst doet.

De Belgische Sectie van de Royal Navy

Afbeelding

De Buttercup

Een handvol onverzettelijken vervoegt Groot-Brittannië om de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten.

Vanaf september 1940 wordt op initiatief van luitenant Victor Billet van de Staatsmarine een Belgische Sectie van de Royal Navy opgericht. De officieren en de zeelieden van deze sectie bemannen twee korvetten, de ‘Buttercup’ en de ‘Godetia’, een mijnenvegersflottielje, de 118de Flottielje, en drie patrouillevaartuigen, de ‘Phrontis’, de ‘Elektra’ en de ‘Kernot’.

Deel 3 : 1940 - 1960

Afbeelding

De Moor


De twee korvetten zullen tot in december 1944 deel uitmaken van de Atlantische konvooien. Vanaf de eerste dag van de Landing zijn ze bovendien aanwezig voor de kust van Normandië.

Het 118de Flottielje mijnenvegers keert terug naar Oostende in oktober 1944. Ze begint onmiddellijk met het ‘schoonvegen’ van onze vaarroutes vóór onze kusten om de landing op het eiland Walcheren voor te bereiden. Nadien nemen onze mijnenvegers deel aan het vrijmaken van de Schelde, vooraleer aan het hoofd van het eerste bevoorradingskonvooi op 28 november 1944 Antwerpen binnen te varen.

Alhoewel het merendeel van onze zeelui deel uitmaakt van de Belgische sectie van de Royal Navy, scheept een groot aantal officieren, onderofficieren en matrozen in aan boord van verschillende types schepen van de Royal Navy. Diezelfde mensen zullen, eens terug in eigen land, werken aan de heroprichting van een Belgische marine.

Nu België haar soevereiniteit herwonnen heeft, is haar Marine zelf verantwoordelijk voor de ontmijning en het schoonvegen van de vaarroutes in onze territoriale wateren. Bovendien moet ze de koopvaardijschepen die onze havens binnenvaren, demagnetiseren. Aan de andere kant komen de opdrachten die de Administratie van de Marine voor de oorlog op zich nam, onmiddellijk opnieuw aan de orde: visserijwacht, kustbewaking, redding op zee en beteugeling van overtredingen.

Zeemacht

“Overwegende dat er onder de benaming ‘Belgische Sectie van de Royal Navy’ een Belgisch Zeekorps bestaat, waarvan de officieren en de matrozen militaire dienst verrichten.”
“Dat ‘s lands belang vereist dat aan dit korps een nationaal statuut wordt gegeven.”
“Op voordracht van de Ministers van Verkeerswezen, Landsverdediging en Binnenlandse zaken.”
“Artikel één: vanaf de 1ste februari 1946 zal de‘Belgische sectie van de Royal Navy’, met de vrijwilligers en de dienstplichtigen die wensen bij deze ingelijfd te worden, de Zeemacht uitmaken.”

Zo begint het Besluit tot oprichting van een Belgische Marine, getekend op 30 maart 1946 door Prins Karel, Regent van het Koninkrijk.

De opdracht van deze jonge Marine zal tot op de dag van vandaag onveranderd blijven: “De nodige marinemiddelen ter beschikking van de Natie stellen om ten allen tijde bij te dragen tot het behoud van onze essentiële waarden en tot de verdediging van de vitale belangen van ons land en zijn geallieerden.”

Bij aanvang bemant de Zeemacht van de geallieerden gekregen en van de Duitsers gerecupereerde schepen. Dit geldt onder meer voor de TNA ‘Kamina’, die onder meer zal ingezet worden voor het transport van het Vrijwilligersbataljon naar Korea en de verscheping van Belgische troepen naar het toenmalige Kongo. Later wordt de ‘Kamina’ omgebouwd tot opleidings- en logistiek steunschip.

In de loop der jaren groeit de jonge Zeemacht verder uit. De nieuwe aankopen zijn gericht op twee pijlers: de escorte, met de aanschaf van zes ‘Algerines’, en de mijnenbestrijding, met de aankoop van vijf oceaanmijnenvegers ‘MSO’ (Mine Sweeper Ocean) en 26 kustmijnenvegers ‘MSC’ (Mine Sweeper Coast). Bovendien laat ze 16 ondiepwatermijnenvegers ‘MSI’ in België bouwen.

Afbeelding

De Kamina


Deel 4 : 1960 - Heden

In de haven van Oostende komen twee belangrijke centra: de Logistieke Groepering op de oostelijke oever en het Mijnenveegcentrum op de westelijke oever. De keuze valt eveneens op de Koningin der badsteden voor de oprichting van de Mijnenbestrijdingsschool. In 1956 legt Prins Albert er de eerste steen. De groepering Instructie tenslotte neemt zijn intrek in Sint-Kruis (Brugge).

Ingrijpende veranderingen

Afbeelding

De Dufour

Om haar doeltreffendheid te verzekeren, moet de Marine echter haar materieel vernieuwen. Het buiten gebruik stellen van de Kamina ontneemt de Marine haar commando- en logistiek steunschip. De constructie van de ‘Godetia’ in 1965 en van de ‘Zinnia’ in 1966 lossen dit probleem echter op.

Wat de modernisering van de konvooibegeleiding betreft, stemt de regering in 1970 in met de bouw van vier fregatten. De ‘Wielingen’, de ‘Westdiep’, de ‘Wandelaar’ en de ‘Westhinder’ zijn operationeel vanaf 1979.

In het vlak van de mijnenbestrijding evolueren de technieken en het materieel razendsnel. Het mijnenjagen, een techniek die beroep doet op een sonar om mijnen te localiseren en te identificeren, opent nieuwe perspectieven. Twee MSC’s en vijf MSO’s worden omgebouwd tot MHSC (Mine Hunter/ Sweeper Coast) en tot MHSO (Mine Hunter/ Sweeper Ocean) om dit procédé verder te ontwikkelen.
De mijnenbestrijding krijgt nog een nieuwe dimensie met de aankoop van de P.A.P. (Poisson Auto Propulsé, een onbemand duikbootje). De constructie en de ingebruikname van 10 nagelnieuwe tripartite mijnenjagers (CMT) vanaf 1985 vormt het orgelpunt in deze branche.

Ondertussen verhuist de Zeemacht grotendeels naar de nieuwe basis in Zeebrugge. Ze behoudt echter de Mijnenbestrijdingsschool in Oostende en de Groepering Instructie in Sint-Kruis.

Ondanks de indrukwekkende vooruitgang van het mijnenjagen blijft ook het mijnenvegen onontbeerlijk. De huidige mijnenvegers met bijhorend materieel tellen ondertussen 40 lentes en zijn dus aan vervanging toe. In 1995 geeft de regering toestemming om een nieuw mijnenveegsysteem te ontwikkelen(STERNE).

Afbeelding

De Zinnia
Avatar gebruiker
Sabina
Korporaal-chef
Korporaal-chef
 
Berichten: 45
Geregistreerd: 01 jun 2008, 20:53

Keer terug naar Het Belgische leger.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron