De Cavalerie tot 1914.

Alles over het Belgische leger.

Moderators: Messalina, Tandorini

De Cavalerie tot 1914.

Berichtdoor Tandorini » 10 jun 2008, 18:33

1ste Jagers te Paard

De periode 1830 - 1914
Het regiment wordt, vlak na de Belgische revolutie, opgericht te Doornik door Kapt Thierry, een veteraan uit de legers van Napoleon. Spoedig melden zich vrijwilligers waaronder ook oudgedienden van het 6 Huzarenregiment der Nederlanden.
Bij decreet van het Voorlopig Bewind krijgt deze bonte groepering ruiters op 23 oktober 1830 de naam "Premier Regiment de Chasseur à Cheval".
De standaard wordt aan het regiment overhandigd op 3 januari 1832 door koning Leopold I.

Tijdens de Tiendaagse Veldtocht behoort het regiment tot het Scheldeleger en maakt zich verdienstelijk in de streek rond Leuven. Uit deze tijd is een beroemd geworden uitspraak van de korpscommandant overgebleven. Als deze laatste zijn regiment klaar maakt om een aanval te doen tegen het Nederlandse 1O Lansiers zegt hij tot zijn troepen: "ons regiment heeft nog geen standaard, weldra zullen we er een op de vijand veroveren." Een opzet waar hij niet in slaagt.

In 1870 tijdens de mobilisatie maakt het regiment deel uit van het observatieleger.
Net zoals elke eenheid uit die tijd kent deze eenheid veel garnizoenssteden: Gent, Mechelen, Ieper, Doornik, Bergen, Beverlo, Namen, Leuven en Brugge.

De Eerste Wereldoorlog
In 1913 is een peloton van het eerste Jagers proefnemingen aan het doen met het machinegeweer Hotchkiss. Dit Peloton zal op 12 augustus deelnemen aan de slag te Halen. Op 16 augustus krijgt het voltallig regiment zijn vuurdoop te Sart-Risbart. De grote overmacht van de vijand zorgt ervoor dat het regiment moet wijken. Wat er toen gebeurde heeft vele versies, feit is dat de standaard verloren ging tijdens deze slag.
Het regiment zal zich met de rest van het leger terugtrekken tot Antwerpen en later tot aan de IJzer.
De standaard van de eenheid is trouwens versierd met de vermeldingen ANTWERPEN en de GEETE.

2de Jagers te Paard.

De periode voor 1830

Als men over de geschiedenis van dit regiment spreekt, moet men eerst teruggaan naar de oorsprong van zijn ontstaan. Toen in 1830 het Tweede Regiment Jagers te Paard werd opgericht, was het merendeel officieren en troep (1) afkomstig uit toenmalig Nederlands leger, meer bepaald uit het regiment Huzaren n° 8.

Het Belgisch Legioen

Na Napoleon's nederlaag in januari 1814, komen wij, de Zuiderlijke Nederlanden, onder bestuur van de geallieerde mogendheden. In maart van dat jaar dient prins Ferdinand de Croy het verzoek in om een regiment Jagers Te Paard op te richten. Hij krijgt de toestemming om als Kolonel een regiment Huzaren te bevelen. De prins was 22 jaar en had geen militaire ervaring.
Hij start met de recrutering van zijn eenheid te TERVUREN. De mannen die er deel van uitmaken, moeten hun eigen paard meebrengen. Het zal maanden duren voor ze voorzien worden van een uniform. Daar er geen kwartier is logeren ze bij de burgerbevolking die ook instaat voor de innerlijke mens.

De Nederlandse periode

In augustus 1814 beslissen de geallieerden om de controle van Belgie over te dragen aan de Nederlanders. Hierdoor komen er fondsen vrij die de eenheid eindelijk van een uniform en uitrusting te voorzien. Er begint ook een recrutering van Belgische officieren die ervaring hebben opgedaan in de vele campagnes onder Napoleon. Ongeveer in deze periode verhuist het regiment naar ATH. In april 1815 is het Luitenant Kolonel DUVIVIER, een ervaren krijgsman die het bevel van het regiment overneemt. Diezelfde maand ook veranderd de naam van het regiment in Huzaren Nr 8. Op de vooravond van de veldtocht van 1815 telt het regiment 430 strijders waaroner 19 officieren en 455 paarden. Het bestond voornamelijk uit zeer jonge recruten, maar bevolen door zeer ervaren kaders.
Tijdens de slag bij Waterloo wordt het regiment steeds weer in de strijd geworpen. Op het einde van de slag telt het 7 officieren en 277 troep gesneuveld of gewond (+ 79 paarden gedood en 189 vermist). Het hoeft geen betoog te zeggen dat ze dapper gestreden hebben.
Ook interessant om te vermelden is dat er in deze tijd geen miliciens zijn in de cavalerie. Het is slechts in 1825 dat 25 % van het eskadron mocht bestaan uit miliciens.

Deel II : De oprichting van het regiment

Een decreet van het voorlopig bewind, dat de 24 oktober 1830 verscheen, schreef voor dat de militairen van het niet meer bestaande 8 Huzaren zich dienden aan te melden te Gent bij het Tweede Regiment Jagers te Paard. Deze oproep werd vrij goed opgevolgd en als herinnering aan de talrijke Huzaren die gehoor gaven aan deze oproep , werden de tradities van het 8 Huzaren overgenomen. De oprichtingsdatum was 4 november. De eerste korpscommandant was Kolonel d'HAENE de STEENHUYSE.


Een besluit van 20 november bepaalde de tenue. Zoals bij vele andere eenheden werd de Franse modetrend gevolgd. Het uniform bestond uit een groene tuniek met witte knopen, rode kraag en zilveren schouderstukken. De groene broek had een dubbele rode band. Voor een trompetter was de kledij: rode vest, groene broek en colbak(2).
De bewapening bestond uit een sabel, pistool en een karabijn. Het donkergroen en scharlakenrood werden de regimentskleuren, deze werden overgenomen van het 27 ste Jagers, een Franse eenheid waarin vele ex-Huzaren hadden gediend.

Uit deze periode komt ook het wapenschild: een jachthoren, een hoefijzer, een sabel en het cijfer 2 op rode en groene achtergrond. In deze periode bestond het regiment uit vier eskadrons van telkens twee compagnies.

Op 4 augustus 1831 vielen Hollandse troepen België binnen. De Tiendaagse veldtocht, tijdens dewelke het regiment zich vooral onderscheidde te Kermt en Kortessem, was begonnen. Ons leger bood hevig weerstand, ondanks de tegenwerking van enkele officieren die de hereniging met Nederland nastreefden. de Belgische troepen kregen de eerste slag te Houthalen, maar reageerde onmiddellijk en bracht een Hollandse divisie aan het wankelen. De volgende dag te Kermt, botste zijn voorhoede op een divisie, versterkt met een cavaleriebrigade. Er barstte een hevig gevecht los, waaraan een groep van het Tweede Jagers deelnam. Door louter toeval raakten zij in handgemeen met het 6 Huzaren, dat elementen bevatte van het vroegere 8 Huzaren. Met leeuwenmoed veroverden de Jagers Kermt. Terwijl de Hollanders terugtrokken, slaagden 4 Jagers erin door te breken tot aan de Commandant van het 6 Huzaren. Een der Jagers had gezworen het hoofd van zijn vroegere Commandant af te hakken. Met een sabelhouw verwonde hij het hoofd van de kolonel die het bevel moest overgeven. Deze stoutmoedige daad werd gewroken, maar de Belgen konden niettemin hun posities tot middernacht stand houden.
Over deze dagen van tumult valt nog veel te vertellen, maar dit zou ons te ver afleiden. De slag rond Kermt ontnam het regiment van 5 zijner officieren.
Door de versterking van de Nederlanders in de daaropvolgende dagen, besloot de opperbevelhebber van de Belgische strijdkrachten, deze terug te trekken tot in Luik. Deze terugtocht verliep echter chaotisch. Ter hoogte van Kortessem viel het terugtrekkend leger onder artillerievuur. Iedereen vluchtte hals-over-kop weg. Een eskadron van het 2é Jagers, samen met Kurasiers en een batterij artillerie stelden zich op in gevechtsformatie, en konden zo de vijand op een afstand houden. Op deze wijze werd het gehele leger een ramp gespaard.
Gedurende de daarop volgende jaren werden elementen van het Tweede Jagers toegevoegd aan het partizanenleger. Later werden ze bij het 1 Jagers te Voet ingelijfd. Gedurende verscheidene jaren namen ze deel aan beveiligingsopdrachten aan de Nederlandse grens.

De jaren 1831 tot 1914

Op 22 september bestond het regiment uit vier eskadrons, bewapend met een karabijn en twee eskadrons bewapend met lansen. De 23 september werd kolonel Graaf L. de BRIAS, een oude bekende, regimentscommandant. Een maand later werd hij reeds opgevolgd door Luitenant Kolonel O'SULLIVAN. Deze laatste viel de eer te beurt om de standaard van het regiment te ontvangen uit de handen van zijne majesteit de Koning Leopold I, en dit op 22 december 1831.


Vermelden we hier enkel nog de belangrijkste gebeurtenissen van het regiment. In 1834 en 35 werden er twee eskadrons ingelijfd bij de legerdivisie van Luxemburg. In 1839 neemt het regiment garnizoen te Namen en in 1844 keerde het terug naar Leuven. Twee jaar later bevindt het zich te Doornik met twee eskadrons te Bergen.

De Franse Revolutie van 1848 wekte bij sommige heethoofden het plan op om België in republiek om te vormen.Blijkbaar met de goedkeuring van de Franse regering, richten zij een Legioen op te Parijs.Wanneer dit Legioen op 29 maart nabij Risquons–Tout België binnenrukt, wordt het aldaar opgewacht door een troepenmacht, waaronder het 2 Jagers. De agressors worden gechargeerd en over de grens gejaagd.
Op 13 februari 1863 ondergaat de ganse cavalerie een wijziging qua tenue, en ook in dat jaar keert het regiment naar Leuven terug.

Bij de mobilisatie van 1870 was het regiment op kamp te Leopoldsburg. Het vormde nu met het 1 Jagers de cavaleriebrigade van het 1 Korps. Tot eind November verbleef het voor bewakings en verkenningsopdrachten in de streek van Givet, Chimay en Beaumont(3). Op 5 maart 1871 keerde het regiment nogmaals terug naar Leuven. Later kwam het nog in garnizoen te Gent, Oudenaarde, Brugge en Bergen.

Het begin van de Eerste Wereldoorlog

a. algemeen

Op de vooravond van de eerste wereldbrand, bevond de eenheid zich in garnizoen te Bergen. Het regiment maakte deel uit van de 5 legerdivisie.
België was een neutraal land. Zijn neutraliteit werd gegarandeerd door de machtigste landen uit die tijd. Toen aan Duitsland gevraagd werd deze neutraliteit te respecteren, werd een ultimatum gesteld om de vrije doortocht door ons land te eisen.
Wat verder volgt is een beknopt relaas van de feiten. In detail treden zou veel te omslachtig worden.

b. De inname van de eerste stellingen en de terugtocht naar de IJzer

Op 31 juli krijgt het regiment het bevel de wacht op te trekken aan de Franse grens tussen de Samber en het kanaal van Condé.
Op 4 augustus wordt het, samen met zijn volledige Divisie naar de streek rond Eghezee gezonden. Het neemt deel aan de verdediging van een hulpstelling voor de terugtocht van de 3 Divisie uit Luik.
Bij de aftocht van het leger naar Antwerpen dekt het de aftocht van de 16 gemengde Brigade. Op 11 december wordt het door zijn schitterende prestaties op de dagorder van de 5 Legerdivisie vermeld.
Op 29 september wordt het regiment gebruikt voor de verdediging van Antwerpen en krijgt het een stelling toegewezen voor de forten.
Op 8 oktober begeleidt het een groep artillerie die zich naar Gent terugtrekt. Het regiment neemt deel aan krijgsverrichtingen ten zuiden van deze stad, samen met de 4 gemengde Brigade, de brigade marinefuseliers en de Engelse 7 infanteriedivisie.
Op 11 oktober, terugtocht naar Brugge. Op 12 oktober wordt het toegevoegd aan de nieuw opgerichte 2 Cavaleriedivisie. Op 15 oktober steekt het de IJzer over, dan bivakkeert het te Oostduinkerke.

c. De slag aan de IJzer

De eerste dagen neemt het regiment deel aan de verdediging van de IJzer tussen paal 20 en 21, het is er onderhevig aan een hevig artilleriebombardement. Op 23 oktober slaat het een Duitse aanval terug.

Opmerkingen

(1)Tot 1918 worden alle niet officieren tot de categorie troep gerekend.
(2)De kledij van de trompetter moest in die dagen zeer opvallend zijn, deze man was namelijk het transmissiemiddel bij uitstek en diende dus ten alle tijden gevonden te worden. De bevelen in deze periode werden gegeven in de vorm van sonneries op trompet. Niet alleen omdat iedereen ze zou horen, maar ook omdat de Vlaamssprekende soldaat, het bevel (de sonnerie) zou begrijpen.
(3)De aandachtige lezer is het waarschijnlijk al opgevallen dat een regiment regelmatig van garnizoen veranderde. Dit was in deze tijd zeer normaal. Een periode van 5 jaar op een plaats werd als maximum beschouwd. (Zie 1830 - 1864 - 1887)

Gidsen

De kozakken van de Maas

In 1830 ontstaat er te Luik onder het bevel van kapitein LUCAS een vrijkorps. Dit vrijkorps onder andere bestaande uit oudgedienden der kurassiers en lichte dragonders van het Nederlands leger telt 70 sabels. Kapitein LUCAS stelt zich ter beschikking van generaal DAINE, tijdelijk bevelhebber van het Maasleger, die hen de naam "Kozakken van de Maas" meegeeft. De oorsprong van deze naam dient gezocht in het bezoek van Russische kozakken aan Belgie in 1814. Deze hadden een diepe indruk nagelaten door hun vreemd en wild uiterlijk, en men was er van overtuigd dat deze naam tot de volksverbeelding zou spreken.
Dit cavaleriekorps onderscheidt zich op 11 november 1830 te Venlo. Zij zijn de eersten om de verdediging te doorbreken en een onstuimige achtervolging in te zetten. Na afloop veroverden zij 100 kanonnen en namen 600 man, waaronder twee generaals, gevangen.

De compagnie Gidsen van de Maas

Bij besluit van 1 februari 1831 beslist het voorlopig bewind de Kozakken van de Maas om te vormen tot een compagnie.
De compagnie Gidsen heeft de eer om deel uit te maken van de troepen die de koning begeleiden te Brussel ter gelegenheid van zijn plechtige intrede en zijn eed van trouw aan de grondwet.
Bij zijn eerste inspectie van het Maasleger komt de koning aan te HOUTHOLDER, voorafgegaan door een piket Gidsen. Op 2 augustus 1831 verbreekt Nederland de wapenstilstand. De compagnie der Gidsen neemt deel aan de bloedige gevechten te Houthalen en Kermt.
Op 19 augustus beslist de koning dat de Gidsen zullen dienst doen in zijn hoofdkwartier in Brussel. Vanaf 20 augustus worden zij beschouwt als "de Koninklijke Garde" een naam die officieel niet wordt gedragen daar hij door de grondwet verboden is.

Het Eskadron Gidsen

Op 28 augustus 1831 wordt de eenheid omgevormd tot een eskadron met een getalsterkte van 7 officieren en 180 troep. Wat een meerwaarde gaf aan dit eskadron, enkel mensen met 4 jaar ervaring in een andere eenheid en die zich onderscheiden hadden door hun dapperheid en gedrag mochten bij deze eenheid dienen.

Het korps der Gidsen

Op 9 april 1832 wordt een tweede eskadron opgericht en vervolgens een derde op 9 juli. Het korps neemt zijn intrek in een oud klooster aan de Leuvenseweg te Brussel.
In augustus 1832 wordt ook een orkest opgericht verbonden aan de koning met de naam "Muziek der Gidsen". Dit muziekkorps vergezeld de koning bij al zijn verplaatsingen.

Het Regiment Gidsen

Bij koninklijk besluit van 24 januari 1833 wordt het regiment Gidsen opgericht op basis van een staf, vier actieve eskadrons en een eskadron op park.
Op 17 december 1833 wordt de standaard aan het regiment overhandigd door de koning.
Prins Filip ,Graaf van Vlaanderen en toekomstig vader van Koning Albert I wordt het eerste lid van de koninklijke familie dat in het regiment zal dienen.


In 1870, tijdens de mobilisatieperiode, wordt het regiment als dekkingsmacht naar de zuidgrens van het land gestuurd. Na het einde van de vijandelijkheden keert het naar Brussel terug.
Tijdens de uniformisatie van 1863, krijgt het regiment der Gidsen een groene kleur voor hun dolman, terwijl de andere eenheden het met de blauwe kleur moeten stellen.

Het Eerste en het Tweede Regiment der Gidsen

Ten gevolge van de lessen getrokken uit de mobilisatie van 1870 besluit de regering op 29 januari 1874 het Tweede Regiment der Gidsen op te richten. De standaard wordt aan het regiment overhandigd door de koning op 15 juli 1875.
De twee regimenten der Gidsen behouden tot 1889 in de schoot van de tweede cavaleriebrigade een organisatie van vier actieve eskadrons. Van toen af echter wordt een vijfde eskadron opgericht in elk van de regimenten. De twee regimenten gaan deel uitmaken van de eerste brigade die ook de brigade der Gidsen genoemd wordt.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Bij de toeloop naar deze wereldbrand zijn de regimenten op oefening te Leopoldsburg. Op 29 juli keren ze terug naar hun garnizoen, een oproeping van reservisten wordt gestart. Op 3 augustus na het beëindigen van de mobilisatie worden de eenheden naar Gembloux gestuurd om de concentratie van het leger te beveiligen.
Na het dekken van de terugtocht uit Luik en na verkenningen in de richting van Maaseik en Malmedy nemen de regimenten stellingen aan de Gete. De regimenten nemen deel aan de slag bij Halen, die een overwinning op de Duitsers wordt.
ze nemen ook deel aan de dekking van de terugtocht uit Antwerpen. Eveneens nemen ze deel aan de uitvallen uit Antwerpen.
Daarna betrekken ze zoals alle andere Belgische eenheden de wacht aan de IJzer
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Re: De Cavalerie tot 1914.

Berichtdoor Tandorini » 10 jun 2008, 18:46

1ste Lansiers

De periode voor 1830

Op 13 februari 1814 werd de geboorteakte ondertekend van een regiment "Cheveau Légers". Dit regiment moest de geallieerde machten dienen. Het was de graaf VAN DER BURCH die de eer toekwam dit regiment op te richten, hij gaf er dan ook meteen zijn naam aan. De officiële benaming werd “Cheveau Légers van der BURCH".

Toen de Nederlanden ontstonden kwam er een einde aan het bestaan van het Belgisch Legioen en het regiment viel op 1 september 1814 onder Nederlandse leiding en kreeg er de naam "DRAGONDERS nr. 5".
Dit regiment onderscheidde zich te Quatre–Bras en te Waterloo tegen de legers van Napoleon.

De oprichting van het regiment

Op 24 oktober 1830 werd bij decreet van het Voorlopig Bewind in België het 1ste regiment Lansiers opgericht te Tervuren, samengesteld uit de manschappen van het 5de Dragonders.

De jaren 1831 tot 1914

In augustus 1831 maakte het regiment deel uit van het Scheldeleger en nam deel aan de Tiendaagse Veldtocht.
Een eskadron, aangehecht aan de voorhoede, nam deel aan de gevechten te Bautersem gedurende de mars van het Scheldeleger van Leuven naar Tienen.
Op 12 augustus beschermden 3 eskadrons het leger bij zijn terugtocht van Bautersem tot voorbij Leuven. Op het einde van deze dag, sprak de koning de volgende woorden uit bij het schouwen van het regiment: "Als iedereen zich gedroeg zoals de kolonel van het 1ste Lansiers en zijn regiment, was het nooit tot deze situatie gekomen".
Op 3 januari 1832 ontving het regiment zijn standaard uit de handen van de koning te Mechelen.
Tussen 1832 en 1833 nam het regiment deel aan de voorposten die gevormd worden aan de Nederlandse grens.
In 1870, gedurende de Frans-Duitse oorlog, werd het regiment op oorlogssterkte gebracht en werd het een deel van de reserve van de cavalerie van het observatieleger.
Het nam garnizoen te Namen in 1871 en bleef er tot het uitbreken van de eerste wereldbrand in 1914.

De Eerste Wereldoorlog

Het was op 1 augustus dat het regiment zijn garnizoen verliet om zijn taak te vervullen. Deze opdracht luidde: "Voor de forten van Namen, het terrein verkennen op lange afstand en aan de staf van de forten alles melden over de vijand".

Op 13 augustus ontving een detachement bestaande uit 2 compagnies Cyclisten en 2 eskadrons van het 1 Lansiers, de inlichting dat er een vijandelijk bivak zich bevond te Boneffe. De bevelhebber van het detachement besloot zijn slag te slaan. De vijand verrast door de aanval, vluchtte weg en laat paarden, wapens en gevangenen achter.

Tot 19 augustus nam het regiment actief deel aan de verkenningen ten noorden en ten oosten van de forten van Namen. Het kwam regelmatig tot schermutselingen tussen de vijand en de patrouilles.

Dan volgde de lastige dertiendaagse terugtocht langs Samber en Maas naar Frankrijk.Aangekomen in Le Havre (FR) scheeptte het, samen met elementen van de 4de Legerdivisie, in naar Antwerpen om daar het gros van het leger te vervoegen. Op 6 september 1914 kwam het op zijn bestemming aan.
Tijdens de uitvallen uit Antwerpen leverde het regiment slag te St-Gilles(Dendermonde), Gijzegem en Oudegem.
Defensief opgesteld aan de Schelde, onderging het regiment een 36 uur durend bombardement waarin het zijn positie niet prijsgaf . Na zware verliezen werd het afgelost door elementen van de 4 divisie en ging rusten te Zele.
Bij de terugtocht van onze troepen uit Antwerpen, werd het regiment ter beschikking gesteld om verschillende divisies op hun terugmars te dekken.

Op 18 oktober 1914 stak het regiment de IJzer over en zal hier tot aan het einde van de vijandelijkheden deel nemen aan de stellingoorlog.
Deze periode zorgde voor twee inscripties op de standaard: NAMUR en TERMONDE.

2de Lansiers

De vorming

Per decreet van de tijdelijke regering, ontstaat op 27 oktober 1830 het 2 Regiment Lansiers te Namen. Het Regiment is samengesteld uit ex-militairen van het Nederlandse leger, versterkt met vrijwilligers met een dienstperiode van 10 jaar. In 1831 vervoegen de eerste dienstplichtigen de rangen. De militaire dienst bedraagt dan 5 jaar.

De eerste veldtocht

Gezien de problemen met Nederland, beleeft het Regiment zeer snel zijn eerste wapenfeiten. Het eerste eskadron verdedigt de voorposten rond Maastricht in maart 1831.
Tijdens de tiendaagse veldtocht maken 3 eskadrons deel uit van het Scheldeleger . Een detachement neemt deel aan de slag bij Zonhoven.
Op 22 december 1831 ontvangt het Regiment zijn standaard uit de handen van de Koning te Leuven.
In de jaren die volgen ziet het Regiment zijn garnizoensstad niet veel. Het verblijft onder andere te Diest, Tervuren, Hoegaarden en Luxemburg.

De periode tot 1914

Vanaf 1839 wordt het Regiment gereorganiseerd tot 6 gevechtseskadrons,4 bewapent met een lans en de 2 overige met een musket. Later krijgt ieder een lans en musket.
I n 1848 wordt een detachement gestuurd naar Luxemburg om daar de schermutselingen de kop in te drukken.
I n 1870 tijdens de mobilisatie, maakt het Regiment deel uit van de cavaleriereserve van het mobilisatieleger. In 1885 verhuist het naar Luik.

1914

Tijdens de mobilisatie van 1914 bevindt het Regiment zich te Brussel waar het de Gidsen verving. Het wordt naar Luik gestuurd om daar onder bevel van de generaal LEMAN deel te nemen aan de verdediging van deze stad. Tijdens de eerste oorlogsdagen stuurt het Regiment verschillende verkenningspatrouilles uit die zeer belangrijke informatie verzamelen.
Het is de lansier FONCK(waarvoor een standbeeld wordt opgericht)die als eerste Belgisch soldaat zal sneuvelen op 4 augustus 1914. Het Regiment brengt serieuze schade toe aan de vijand, en mag hiervoor de vermelding LUIK op zijn standaard plaatsen.
Op 5 augustus trekt het zich terug achter de Gete en vervolgens naar Antwerpen. De eenheid neemt actief deel aan verkenningsmissies tijdens de terugtocht naar de IJzer.

Kurassiers

Zoals vele cavalerie-eenheden hadden de Kurassiers gediend onder de Oranjevlag voor de onafhankelijkheid van België. Toen de ongeregeldheden te Brussel uitbraken in augustus 1830 waren er vele eenheden die samengesteld waren uit bijna uitsluitend Belgen. De Tweede afdeling Kurassiers was er één van. Op 30 augustus werd deze eenheid ontheven van zijn eed van trouw aan de Nederlandse kroon. Onmiddellijk scharen ze zich onder de Belgische driekleur. Ze vormen een van de eerste regimenten onder het jonge onafhankelijke België. Op 1 augustus 1831, tien dagen na zijn troonsbestijging zal de koning deze troepen schouwen in het uniform der Kurassiers.
De volgende dag vallen de Nederlanders binnen en de mooie Kurassiers worden in de strijd gegooid. Aanvankelijk alleen in de achterhoede gevechten. Op 8 augustus, als het Maasleger op het punt staat omsingeld te worden, zijn het de Kurassiers die met hun sabel een terugtocht hakken te Kortessem.
Op 16 juni 1836 wordt er een tweede regiment Kurassiers opgericht uit de ontdubbeling van het bestaande regiment. Elk regiment beschikt nu over 4 eskadrons.
Als zware cavalerie, bewapend met een heus slagzwaard die de doorbraak moest hakken in de vijandelijke lijnen en met een borstschild (kuras) als bescherming tegen de kleinere wapens van dit slagveld, raakt de rol van de Kurassiers uitgespeeld in een tijd waar het vuurwapen steeds performanter wordt.
Het is op 1 januari 1863 dat de regimenten Kurassiers ontbonden worden en de tradities overgaan naar twee nieuw opgerichte regimenten, het 3é en 4é Lansiers.

3de Lansiers

De periode 1863 - 1914

Op 1 januari 1863, bij de reorganisatie van de cavalerie, ontstaat uit het 2 Kurassiers het 3 regiment Lansiers. Hoewel bij de Kurassiers de lans in de eerste lijnen al voorkwam, zal deze lans nu het hoofdwapen worden van dit nieuwe regiment. Over de lans is het ook interessant te weten dat het vlaggetje steeds rond de schacht was opgerold, behalve tijdens de charge waar de driekleur wapperde.
Tijdens de mobilisatie van 1870 maakte het 3 Lansiers deel uit van de 2 Cavaleriebrigade van het observatieleger.
In 1885 neemt het 3 Lansiers garnizoen te Brugge. Stad die het moet verlaten in augustus 1914 om zich richting van de vijand te begeven. Op 10 augustus van datzelfde jaar bevindt de eenheid zich ter hoogte van Tienen en bewaakt de overgangen van de Gete. Het is een patrouille van dit regiment die aan de korpsoverste melding maakt van een Duitse aanval. Het is te Orsmaal dat het regiment zijn eerste citatie verdiend. Ondanks zijn dappere houding, dient het regiment zich terug te plooien. De balans is zwaar: 29 doden en 32 gewonden.
Nu nog staat op het mutskenteken van het 3 Lansiers-Parachutisten de spreuk "comme a Orsmael, je tiens".
Het regiment trekt zich terug naar Antwerpen en vervoegt daarna de IJzerstellingen om daar zijn dienst door te brengen gedurende de volgende 4 jaar.

4de Lansiers

De periode 1863 - 1914

Dit regiment kent zijn ontstaan op 1 januari 1863. Het is op deze datum dat het Tweede Regiment Kurassiers wordt omgevormd tot het 4 Regiment Lansiers.
Samen met de naamsverandering komt ook een nieuwe kledij, een nieuwe helm, een nieuwe model sabel en lichtere paarden.

Deze pas opgerichte eenheid zag zijn eerste verrichtingen in 1870 bij de mobilisatie. Het 4 Lansiers maakte toen deel uit van de tweede Brigade van de cavaleriereserve van het waarnemingsleger. Het 5de eskadron was echter toebedeeld aan de 3 Divisie van het eerste Korps.

De lessen getrokken uit deze periode brachten een reorganisatie met zich mee en in 1873 maakte het 4 Lansiers deel uit van de 2de Brigade van de 2de Cavaleriedivisie. Net zoals de andere eenheden uit die tijd kende het 4 Lansiers geen vast garnizoen. Zo bevond de staf van het regiment samen met de 2de groep zich te Gent en de eerste groep bevond zich te Oudenaarde. De reorganisatie van 1913 zorgde ervoor dat het 4 Lansiers deel ging uitmaken van de 2de Brigade van de enig overgebleven cavaleriedivisie.
Ieder regiment bleef bestaan uit 2 groepen van 2 eskadrons.

De aanloop naar de Eerste Wereldoorlog

Net zoals de andere eenheden van de cavaleriedivisie werd het 4 Lansiers teruggetrokken achter de Gete. Het regiment lag met 3 eskadrons opgesteld te Loksbergen en het 4 eskadron te Zelk. Luitenant-generaal DE WITTE had deze troepen daar opgesteld om tegen de vijandelijke aanval die hij daar verwachte, te kunnen manoeuvreren. ‘s Anderendaags (12 augustus 1914) kwam de Cavaleriedivisie inderdaad in contact met 2 Duitse cavaleriedivisies en leverde slag te Halen. Vermelden we nog dat de Belgische cavalerie in deze slag afgestegen vocht.
Na de slag te Halen kreeg het regiment geen tijd om uit te blazen. Talrijke beschermingsopdrachten voor de terugtocht naar de IJzer werden uitgevoerd. Van Antwerpen trok het regiment naar Wetteren. Eindelijk op 8 november kreeg het regiment rust te Duinkerken.

De Cavalerieschool

In 1842 wordt er te Brussel gestart met het geven van een praktische cursus paardrijden. Deze cursussen starten zeer bescheiden, maar nemen al snel een hoge vlucht.

In 1847 worden de cursussen overgebracht naar Ieper, waar ze zullen gegeven worden tot 1914.
Alle officieren van de cavalerie, maar ook de bereden officieren van de andere wapens, en een groot gedeelte van de onderofficieren, ruiters en trompetters nemen er aan deel. Vergeten we ook niet de buitenlandse leerlingen uit o.a. Roemenie, Griekenland, Argentinië, die voor nog meer kleur zorgden onder de toch al kleurrijke cavalerie-uniformen.

In 1853, ten gevolge van een officieel besluit wordt de school ontbonden. Tot 1860 lijkt ze van de aardbodem verdwenen. In datzelfde jaar verschijnt er een koninklijk besluit dat de school terug opricht en reorganiseert. Zo staat er onder andere in dat de militairen van de artillerie en de cavalerie er op gelijke voet worden in opgenomen en dat ze hun uniform mogen behouden.

In 1863, bij de grondige reorganisatie van de cavalerie, krijgt de school eindelijk haar naam van "Ecole de Cavalerie". Ze wordt samengesteld uit een staf en twee eskadrons. Het uniform wordt dit van de Gidsen. Vermelden we toch even dat de meeste officieren het uniform van hun eigenlijk regiment bleven dragen.
Te Ieper werd er onderwezen in de reglementen van de cavalerie. Maar vooral in de kunst van het paardrijden. De beheersing van het paard in alle omstandigheden was een absoluut streefdoel van de onderrichters.

De objectieven van de school

1.De officieren, onderofficieren en brigadiers perfectioneren in de details van de dienst en in het paardrijden.
2.Het vormen van instructeurs
3.het vervolledigen van de instructie aan veeartsen op zowel militair als professioneel gebied.
4.Het vormen van smeden

Keuze van leerlingen

Cursus officier instructeur
Een luitenant per artillerie regiment
De officieren komende uit het onderofficieren kader
Een luitenant uit de treinen
De officieren der cavalerie en artillerie die de wens uiten deze cursus te volgen

Cursus Onderofficier instructeur
Een tot twee per regiment cavalerie of artillerie

Cursus brigadier leerling
Twee brigadiers per regiment cavalerie, artillerie of trein en vijf voor de Rijkswacht

Cursus smid
Cavalerie : vijf leerlingen per regiment
Artillerie : vier leerlingen per regiment
Treinregiment : volgens de behoeften

De Cavalerie van de Burgerwacht

Doel van de Burgerwacht

Zij had als opdracht te waken over de ordehandhaving, de toepassing der wetten en ook de onafhankelijkheid en integriteit van het grondgebied te vrijwaren.
Ze was samengesteld uit alle burgers tussen 21 en 50 jaar die geen deel uitmaakten van het leger. Ze stond onder het bevel van de minister van binnenlandse zaken.

Wet van 1830

Een Burgerwacht te Paard mag opgericht worden in de gemeenten waar er zich minimum dertig personen bevinden die zich engageren om op eigen kosten hun uitrusting en paard te onderhouden.

Aalst (1849-1862)
Antwerpen (1831-1914) (vanaf 1913 gekend als eskadron Marie-José).
Bergen (1830-1914)
Brugge (1830-?)
Brussel (1830-1914) (vanaf 1895 gekend als eskadron Marie-Henriette).
Doornik (1830-1914)
Gent (1830-1914)
Kortrijk (1830-1914)
Luik (1832-1914)
Verviers (1833-1901)

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (situatie van 31 maart 1913), telde de Burgerwacht 571 ruiters.

Antwerpen: 102
Bergen: 58
Brussel: 196
Doornik: 46
Gent: 66
Kortrijk: 48
Luik: 55

Voor foto's:

http://users.telenet.be/BELCAV/nederlan ... houdnl.htm
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Re: De Cavalerie tot 1914.

Berichtdoor Tandorini » 04 jun 2010, 07:27

Oude Cavalerieprentkaarten:

NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18


Keer terug naar Het Belgische leger.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron