1 JP Jagers te Paard/Gidsen

Alles over het Belgische leger.

Moderators: Messalina, Tandorini

1 JP Jagers te Paard/Gidsen

Berichtdoor Tandorini » 10 jun 2008, 19:07

Historiek.

VAN DE STICHTING TOT 1913

Het succes der glorierijke septemberdagen van 1830 te Brussel, deed overal te lande, partisaneneenheden ontstaan. Op 2 oktober reeds, dus vier dagen na de Omwenteling, stichtte Kapitein Thiery, oud-officier van het keizerrijk, een "compagnie Franche de Cavalerie" te Doornik. Vrijwilligers en enkele ruiters gekomen van het vroegere 6de hussarenregiment van het leger der Nederlanden vormden de kern van deze nieuwe eenheid.
Deze eenheid breidde zich vlug uit en bestond weldra uit vier en later uit negen compagnies. Door dekreet van het Voorlopig Bewind daterend van 27 oktober 1830 nam deze groepering de naam van "1er Regiment de Chasseurs à Cheval" en werd onder het bevel geplaatst van Kolonel Moyard. Bijgevolg is het 1ste Jagers te Paard het oudste ruiterijregiment van het Belgisch leger.
Op 1 juli 1831 nam Kolonel Van Remoortere het bevel over de bestaande compagnies waaruit vier oorlogseskadrons werden gevormd alsook een eskadron depot. In september 1831 werd het Regiment tot zes eskadrons gebracht en op 9 juli 1832 werd een zevende eskadron verkenners opgericht.
Naarmate van hun oprichting voegden de eskadrons zich bij het leger te velde en in december 1830 stonden ze tegenover de Hollandse kavalerie onder de muren van Maastricht.
In juni 1831 ging het 1ste Jagers te Paard over van het Maasleger naar het Scheldeleger. Het is met dit leger dat het de veldtocht van augustus 1831, tiendaagse veldtocht genaamd, zal meemaken. Het Regiment bezette de voorposten van het leger in de richting Diest en woonde de slag om Leuven bij.
In de nacht van 11 op 12 augustus stond het 1ste Jagers te Paard in afwachtingsstelling tussen de steenwegen van Diest en Tienen en, wanneer de heuvels van Loowag, ten westen van Leuven, ingenomen waren door de vijand, scheen het zo verlangde ogenblik van actie gekomen en wachtten de Jagers te Paard ongeduldig op het bevel te chargeren.
Terwijl de infanteristen van de brigade Niellon zich in Leuven terugtrokken, achtervolgd door een eskadron Nederlandse lansiers, zetten de Jagers te Paard zich in beweging om te chargeren, dit ziende, drongen de vijandelijke ruiters niet aan en trokken zich terug.
Nadat de Koning de terugtocht op Leuven bevolen had, kwam ook het nieuws van het sluiten van een wapenstilstand.
Zijne Majesteit Koning Leopold I overhandigde op 3 januari 1832 te Mechelen de standaard van het Regiment aan zijn korpscommandant. Koningin Louise-Marie zou er eigenhandig aan gewerkt hebben.

Kolonel Van Remoortere richtte tijdens deze parade volgende woorden tot de Koning :

Sire, de grote eer die U ons betuigt, door ons deze edele standaard
toe te vertrouwen vervult ons met vreugde en fierheid.
Weest ervan verzekerd, Sire, de vurigste liefde en de grootste
toewijding zullen hem steeds tot eskorte dienen.

In de persoon van Kolonel Van Remoortere had het Regiment een merkwaardig leider gekregen die door zijn vroegere loopbaan een groot prestige had verworven.
Geboren op 20 mei 1785, treedt hij op 8 november 1805 in het Regiment Jagers te Paard van de keizerlijke garde. In 1807 wordt hij onderluitenant benoemd en in 1812 bevorderd tot kapitein. Op 3 september 1814, gaat hij over naar het leger der Nederlanden en wordt majoor benoemd bij het 8ste hussaren op 26 oktober 1824.
Hij wordt eervol ontslagen door de Koning van Holland op 26 oktober 1830 en stelt zich ten dienste van België.
Hij was op de slagvelden van Eylau, Friendland, Ratisbonne, Essling, Wagram, Moskowa, Mojalowitz, Lutzen, Bautzen, Dresden, Leipzig en Quatre-Bras.
Zijn paard werd onder hem gedood te Essling, Wagram, Moskowa, Bautzen en Quatre-Bras. Hij werd gekwetst door lansstoot te Borac, door een vuurschot te Cornembourg en door een sabelslag te Quatre-Bras. Verscheidene malen werd hij vermeld op het dagorder der keizerlijke legers.
Het is deze uitzonderlijke chef die het 1ste Jagers te Paard de geest der kavalerie wist in te prenten : trouwheid, toewijding en geestdrift in de strijd waren zijn grote eigenschappen.
Toen Frankrijk, in 1870 de oorlog verklaarde aan Duitsland, was het Regiment, min één eskadron, ingedeeld bij het 1ste Korps waarneming. Het was de toenmalige korpscommandant, Kolonel Charmet, die de gevangene Keizer Napoleon III moest gaan ontvangen aan de grens vóór Bouillon en er de eskorte van Pruisische husaren tegenhouden. De kolonel eskorteerde Zijne Majesteit met één eskadron Jagers te Paard tot Libramont waar Zij de trein nam voor Duitsland.
Tussen 1870 en 1914 kende het Regiment in zijn opeenvolgende garnizoenen het dagelijkse leven van alle eenheden in vredestijd.

VAN 1913 TOT 1935

Einde 1913, gaat een peloton Jagers te Paard over tot proefneming van vervoer en stouwing van het machinegeweer Hotchkiss, waarmee men de kavalerie wou uitrusten. Dit peloton zal op 12 augustus 1914 deelnemen aan de slag om Haelen, waar deze automatische wapens uitstekend werk zullen verrichten.
Wanneer in juli 1914 gans Europa naar de wapens grijpt is het Regiment sedert 26 jaar gekazerneerd in Doornik. Zodra het leger op versterkte vredesvoet geplaatst is, wordt het 1ste Jagers te Paard gemobiliseerd en in de nacht van 2 op 3 augustus wordt het per spoor overgebracht in de streek van Chaumont-Gistoux (Wavre). Het Regiment vormt de divisiekavalerie van de 6de legerdivisie, onder bevel van Generaal Lantonois. Het krijgt als opdracht de installatie van deze divisie te dekken.
Vanaf het begin der operaties levert het kostbare inlichtingen aan het commando door zijn officiersverkenningen en door stoutmoedige spitsverkenningen.
Op 16 augustus wordt het onderworpen aan de vuurdoop te Sart-Risbart. De omstandigheden waren niet gunstig en het Regiment moest wijken voor een veel sterkere en sluwe vijand.
Gedurende de uitvallen van Antwerpen is het Regiment gewikkeld in de gevechten om Hofstade, Boort-Meerbeeck en Aarschot. Tijdens deze opdrachten wisten de Luitenanten Boulvin (gekwetst ten zuiden van Mechelen) en Van Welssenaers evenals de Wachtmeester Banckaert en Grade zich bijzonder te onderscheiden. Voor deze wapenfeiten kreeg het 1ste Jagers te Paard de eer "ANTWERPEN" op zijn standaard te schrijven.
Op 4 oktober wordt het Regiment teruggetrokken uit de 6de legerdivisie, om, samen met de 4de Jagers te Paard en het 2de Lansiers een onafhankelijke kavaleriedivisie te vormen. Weldra wordt ook nog het 2de Jagers te Paard hierbijgevoegd en vormen deze eenheden de 2de kavaleriedivisie. Deze divisie zal blijven bestaan tot in 1918.
Gedurende de slag om de IJzer stond het Regiment in lijn in de algemene opstelling der infanterieëenheden. Na de ontknoping van deze zegevierende slag begint een lange stabilisatieperiode gedurende dewelke de Jagers te Paard, zoals de infanteristen, de wacht optrekken in de loopgrachten. Pervyse, fort van Knokke, Drie Grachten, Diksmuide en Reigersvliet zijn voor de Jager van 14-18, namen, die herinneren aan bloed, ontberingen en hard werk.
In maart 1918 ontwaakt het front. De vijand overweegt opnieuw, Calais te bereiken en heeft besloten één der vestingen van de stelling IJzer te veroveren : de "grand'garde" van Reigersvliet, geheel van vestingswerken bezet door een reeks kleine posten, in boog en steunend op het beekje Reigersvliet. Elk van deze verdedigingspostjes is ingericht op een stukje vaste grond dat uit de overstromingen steekt. Houten loopbruggen vormen voor deze vestingen de enige verbindingswegen met de achterlijnen.
In de nacht van 5 op 6 maart verzekert een eskadron van het 5de Lansiers de bezetting en de wacht van de "grand'garde".
Om vijf uur bestookt de vijandelijke artillerie deze vestingswerken en de achterstelling ervan, met hels vuur. Om kwart na vijf, stormen de Duitse stoottroepen ten aanval en veroveren al de kleine posten van de "grand'garde" met uitzondering van een loopbrug over de Reigersvliet en de bevelpost, waar Commandant Brennet en enkele mannen heldhaftig weerstand bieden.
Om zes uur is de toestand kritiek.
Generaal De Plauwe, Commandant van de 2de kavaleriedivisie neemt een snelle beslissing. De vijand zal geen tijd gegund worden, om zijn verovering in te richten, het verloren terrein zal zo vroeg mogelijk teruggenomen worden, dus in volle dag.
Een aanvalsgroep ter sterkte van twee compagnies wordt samengesteld. Majoor Jones van het 1ste Jagers te Paard neemt er het bevel over. Een eerste eskadron wordt gevormd door het 1ste Jagers te Paard en een tweede door het 2de Jagers te Paard.
De tegenaanval wordt voorbereid en gesteund door de artillerie van de 2de kavaleriedivisie, onder bevel van Majoor Verhavert.
Om tien vóór twaalf nemen de twee eskadrons hun aanvalsstellingen in op de bevelpost van Commandant Brennet, die ze bereiken langs de "Slangenloopbrug".
Het is rond de middag dat de eigenlijke aanval begint. De vijand, volledig verrast door deze aanval, ontketend in volle dag, verdedigt zich hardnekkig; doch de Jagers te Paard hernemen één na één de verloren vestingen. Vóór het avond wordt, is gans de "grand'garde" heroverd.
Aan onze zijde vielen elf doden en drieënvijftig gekwetsten te betreuren. Bij de vijand sneuvelden dertig soldaten en werden er honderd en twee krijgsgevangen genomen. Majoor Jones eindigde zijn verslag met de volgende woorden : "De fierheid der Jagers is onbeschrijfelijk".
Zijne Majesteit Koning Albert I hield eraan persoonlijk de overwinnaars te decoreren en verleende de vermelding "REIGERSVLIET" aan de Standaard. Later zou ook nog de vermelding "VELDTOCHT 14-18" erbij komen.
Gedurende de veldtocht van Vlaanderen, die op 18 september 1918 aanving, nam het 1ste Jagers te Paard deel aan alle operaties van de kavaleriedivisie en onder andere, samen met de infanterie, aan de herovering van Everghem.
Op 11 november, bekroonde de wapenstilstand de zege van onze wapens en stelde een einde aan de oorlogsactiviteit van onze eenheden.
Tijdens de veldtocht sneuvelden acht officieren en zestig gegradueerden en soldaten van het Regiment voor de verdediging van ons vaderland.
Na de wapenstilstand rukte de 6de brigade op tot aan de Rijn. Het Regiment ging Clèves bezetten tot in 1920. Na een kort verblijf te Namen kwam het 1ste Jagers te Paard in 1923 over naar Bergen, waar het meer dan tien jaar zou verblijven.

VAN 1935 TOT 1945

In 1935 dreigen sombere wolken aan de horizon van Europa. De veiligheid van het vaderland vergt een bestendige en scherpe wacht aan de grens. Het Regiment wordt aangeduid, om over te gaan naar Leopoldsburg. Gans Bergen betuigd zijn ware sympathie voor het Regiment toen het afscheid nam en voor de laatste maal door de straten van de stad defileerde, alvorens de wacht op te trekken aan onze grenzen.
Het volgende jaar tekende zich een beslissende omwenteling af in de geschiedenis van het Regiment. De motorisatie verdrong geleidelijk de paarden. Voortaan zouden moto, side-car, pantserwagen en vrachtwagen de normale vervoermiddelen der lichte troepen worden. Op 15 maart 1938 waren de Jagers te Paard volledig uitgerust met wiel- en rupsvoertuigen en beschikte de toenmalige bevelhebber, Kolonel stafbrevethouder Ninitte, over een volledig gemotoriseerd regiment, dat tijdens de laatste maanden reeds heel wat ervaring had opgedaan.
Het 1ste Jagers te Paard bestond dan uit een staf, twee groepen en een escadron pantserautos. Het beschikte over een sterke en veelzijdige bewapening : kanonnen 47 mm, mitrailleusen, pantserautos T15 met mitrailleuse 13.2 en T13 met kanon 47 mm en mitrailleurgeweren.
Op 5 januari 1939 neemt Kolonel burggraaf de Jonghe d'Ardoye het bevel over van Generaal Ninitte en wordt het Regiment eentalig nederlands
Op 25 augustus wordt de algemene mobilisatie afgekondigd. Het Regiment wordt op oorlogsvoet geplaatst en vormt, met zijn militieklassen de eerste groep van de heropgerichte 4de Lansiers, de eskadrons Wielrijders van de 4de en 11de divisies en de groep Wielrijders van de 13de divisie.
Tijdens de beroerde periode van augustus 1939 tot mei 1940 kreeg het 1ste Jagers te Paard de ene opdracht na de andere : dekking langs het grenskanaal, richting oost; dekking langs de kanaal Pommeroeul-Antoing, richting zuid-west; reserve in de streek Overijsse; maneuvers te Glembloux en te Méhaigne; bewaking van de Maas in de ondersektor van Asch; en nog eens dekking langs het grenskanaal, richting oost.
Wanneer op 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt verzekert het 1ste Jagers te Paard de dekking langs het grenskanaal tussen Eisden en Neeroeteren. Om 5 uur 35 wordt de post van Berg aangevallen en daarmee begint voor het Regiment de veldtocht 1940. Weldra worden ook de andere vooruitgeschoven posten aangevallen en komt de vijand vóór het grenskanaal te staan.
Ondertussen waren echter alle bruggen gesprongen en had men de boten, die zich op het kanaal bevonden, laten zinken.
Rond 1830 uur reeds neemt de vijand contact op de stelling te Vucht en Eisden. De ganse dag door zal het gevecht woeden rond Eisden en Vucht, waar de vijand alles in het werk stelt, om door te breken. Doch, het is eerst tegen de avond dat een klein bruggenhoofd zal ingenomen zijn.
De dag is voorbij, het Regiment heeft zijn eerste opdracht vervuld en trekt zich terug, op bevel, tijdens de nacht, achter het Albertkanaal, om zich te verzamelen in de streek van Wellen.
's Anderendaags, 11 mei, neemt het Regiment deel aan de verdediging van de lijn Diepenbeek-Wellen en houdt het kruispunt van Cortessem, niettegenstaande hardnekkige aanvallen van Duitse pantsers.
Op 13 mei neemt het 1ste Jagers te Paard deel aan de slag om de Gete. Het verzekert de flankwacht van het kavaleriekorps door de Demer te houden tussen Haelen en Aarschot. Al de inspanningen van de vijand, om Diest in te nemen, zullen afgeslagen worden door het Regiment, dat met veel moed deze stad verdedigt tot, 's avonds, het bevel komt, zich terug te trekken.
Voor zijn moedige houding tijdens het gevecht van 13 mei kreeg het 1ste Jagers te Paard door besluit van Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins-Regent van 10 augustus 1946 de toelating "DE GETE" te schrijven op zijn standaard.
Eindelijk kent het Regiment een korte rust op 14 en 15 mei te Tisselt. De gevechten, de bombardementen en de nachtmarsen hebben de effectieven sterk verminderd; bewapening en voertuigen hebben veel geleden. Daarom wordt dan ook van deze kleine rust gebruik gemaakt, om het regiment te hervormen tot één volledige groep onder het bevel van Majoor Gijsels. De rest wordt naar achter gestuurd, om er opnieuw opgericht te worden. Ook bij het 2de Jagers te Paard wordt een volledige groep hervormd en onder het bevel geplaatst wordt van Kolonel burggraaf de Jonghe d'Ardoye, korpscommandant van het 1ste Jagers te Paard.
Tussen 16 en 19 mei bewaakt het 1ste Jagers te Paard de Schelde over een groot front (van de samenloop met de Durme tot Schoonaarde). De moedige verdediging van Dendermonde, belangrijkste punt van de sektor, deed de vijand afzien van zijn plan, deze stad in te nemen.
Op 20 mei kreeg het Regiment bevel zich naar Breskens te begeven, om er de franse troepen af te lossen. De Korpscommandant stuurt drie sterke eskadronsverkenningen naar de Moervaert (Moerbeke, Wachtebeke en Sint-Kruiswinkel) met als opdracht, kontakt te nemen met de vijand en deze te vertragen. De drie verkenningen zullen hun doel bereiken en eens te meer wordt de opdracht met succes vervuld.
Op 21 mei worden dan de franse troepen afgelost en bezet het 1ste Jagers te Paard de Schelde tussen Breskens en Hoofdplaat, waar de staf en een deel van het Regiment zullen blijven tot 25 mei.
Ondertussen heeft de eerste groep onder het bevel van Major Gijsels zich naar Maagd van Gent begeven, om er de verdediging van de golf van Bouchoute te verzekeren. De officiersverkenningen leveren er schitterend werk en zowel op 24 als op 25 mei kon de vijand maar niet doorbreken. Het is met spijt dat de Jagers te Paard er het bevel krijgen, zich terug te trekken.
Zijne Majesteit de Koning gelastte de commandant van het kavaleriekorps zijn gelukwensen over te maken aan deze groep voor zijn schitterende prestatie.
Op 26 en 27 mei wordt het Regiment in reserve gehouden te Maria-Aalter.
Op 27 mei neemt het eskadron pantserauto's, versterkt met twee pelotons van het 1ste eskadron deel aan de zegerijke tegenaanval van Knesselaere. Onderluitenant Rolin en Wachtmeester Van de Goor leveren er schitterend werk en samen met het peloton van onderluitenant Halleux zullen ze honderd en achttien krijgsgevangenen nemen alsook een grote hoeveelheid wapens buit maken, waaronder twee kanonnen 37. Deze tegenaanval is dan ook het laatste wapenfeit van de veldtocht 1940. Op 28 mei krijgt het Regiment, aangekomen te Oostkamp, het bevel de strijd te staken.
Van 10 tot 28 mei had het 1ste Jagers te Paard met succes al de opdrachten vervuld die hem toevertrouwd werden. Met fierheid mocht Kolonel burggraaf de Jonghe d'Ardoye tot zijn officieren en soldaten van het 1ste Regiment Jagers te Paard zeggen :

"… Uw gedrag te Eisden, Lanklaar, Rothem, Cortessem, Diest, Dendermonde, Baasrode, Maagd van Gent en Knesselaere was luisterrijk.
Gij hebt geheel de zendingen vervult, die het commando U had toevertrouwd …
… De eer van het Regiment is zonder vlek … Hoopt en blijft verenigd, trouw aan de Koning."

Tijdens de veldtocht van 1940 sneuvelden drie officieren, vier onderofficieren, zes brigadiers en vijfendertig soldaten van het 1ste Jagers te Paard.
Op 6 januari 1946 werd aan het Regiment de nestel 1940 verleend.
De standaard werd begraven in vaderlandse grond tot in 1943, jaar waarin hij overgebracht werd naar Engeland en toevertrouwd aan het "First Belgian Armoured Car Squadron", dat de glorierijke veldtocht van 1944-1945 meemaakte.

VAN 1945 TOT 2006

Op 6 mei 1946 wordt het 1ste Jagers te Paard heropgericht te Luik onder het bevel van Luitenant-kolonel graaf du Chastel de la Howarderie. Het bestaat uit drie gevechtseskadrons en een stafeskadron. Het is uitgerust met pantserauto's, rupswagens en lichte verkenningswagens en wordt aangewezen als verkenningsregiment van de 2de infanteriedivisie.
Op 8 oktober 1946 overhandigt Luitenant-kolonel De Fraiteur, minister van landsverdediging, in naam van Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins Regent de standaard van het 1ste Jagers te Paard aan de korpscommandant Luitenant-kolonel Nossent, van het ganse Regiment verzameld op de Piercotlaan te Luik.
Op 15 oktober 1946 vertrekt het Regiment uit Luik om plaats te nemen in de algemene opstelling van het Belgische bezettingsleger in Duitsland en vervoegt Arnsberg in Westfalen waar het bijna 14 jaar zal verblijven. Dit verblijf wordt van oktober 1952 tot oktober 1953 onderbroken. Gedurende dit jaar verblijft het 1ste Jagers te Paard te Kassel om er het nieuwe Belgische garnizoen te stichten.
Op 15 mei 1960 wordt het verplaatst naar Arolsen in Hessen.
Het 1ste Jagers te Paard, dat de verkenningseenheid uitmaakt van de 16de divisie, wordt ingedeeld bij de dekkingsstrijdkrachten en is daarom ook dicht bij het IJzeren Gordijn gelegerd.
Sinds 1952 wordt de Amerikaanse organisatie toegepast.
Het Regiment bestaat uit één eskadron staf en diensten, vier gevechtseskadrons en een geneeskundig detachement. In elk gevechtseskadron vindt men één pelotonstaf en drie gevechtspelotons.
Deze zijn uitgerust met lichte tanks, rupswagens voor personeelsvervoer en jeeps. Zijn soepele organisatie en zijn veelzijdige en sterke bewapening maken het vooral geschikt voor speciale opdrachten zoals verkenning en beveiliging.
Vanaf 1957 is er reeds één gevechtseskadron van het 1ste Jagers te Paard gekazerneerd te Arolsen. In mei 1960 komen de laatste eskadrons, na een verblijf in Arnsberg, in hun nieuw garnizoen aan. Op 13 mei 1960 is de eenheid er voltallig aanwezig.
In dit zelfde jaar wordt de oogst in het land Hessen grotendeels bedreigd door slechte weersomstandigheden. Het Regiment helpt hierbij de plaatselijke bevolking en wordt nadien innig bedankt door de burgerlijke autoriteiten.
In 1962 aanvaardt de stad Brugge het peterschap over 1JP, daar het Regiment er verbleef van 1872 tot 1873.
De al meermaals gelauwerde Standaard van 1JP ontvangt na grondig historisch onderzoek op 13 april 1964 het “Kruis der Ontsnapten” als blijk van hulde voor diegenen die tijdens Wereldoorlog II de Standaard naar Engeland overbrachten.
Op 5 november 1970 maakt een peterschapsoorkonde de vriendschapsbanden tussen het Panzeraufklärungsbataillon 7 en het Regiment officieel.
Vanaf oktober 1992 begint het Regiment te trainen voor de deelname aan de UNO-opdrachten UNPROFOR en UNOSOM. In 1993 is 1JP de enige Belgische eenheid dat tegelijkertijd een eskadron in Ex-Joegoslavië en een eskadron in Somalië inzet.
Op 14 maart 1994 vertrekt de eerste colonne vrachtwagens naar Leopoldsburg, het toekomstige garnizoen van de Jagers, waar de eenheid zich vanaf 1 juli 1994 zal installeren.
Op 1 april 1994 wordt de MND(C) opgericht, onze eenheid wordt als divisietroepen opgenomen in deze organisatie, en zal vanaf 1995 deelnemen aan oefeningen in Denemarken en Zuid-Duitsland.
De Staf, het eskadron Staf en Diensten en een Recce eskadron nemen deel aan BELBAT IX. Zij verblijven in de Baranja van 13 maart 1995 tot 2 augustus 1995.
Tijdens een parade te Soesterberg in Nederland op 2 jul 1998 verbroedert het Regiment met het 103 verkenningsbataljon en op 16 april 1999 aanvaardt het Regiment het peterschap over Ter Reie, een opvangtehuis voor kansarme kinderen te Brugge.
Tussen augustus en december 1999 neemt het eskadron A deel aan de NATO operatie in Kosovo en van april tot augustus 2000 voert het Regiment het bevel over BELUKOS 3 te Kosovo. In het kader van de operatie Guardian Angel verblijven tussen januari en april 2001 een twintigtal CVR-T met 14 Jagers in Gabon (Afrika).
Op 1 januari 2002 komt het Regiment onder het bevel van de 1ste gemechaniseerde Brigade en op 25 oktober 2002 werd officieel afscheid genomen van de MND(C).
Van augustus tot einde november 2003 voert het Regiment terug het bevel in Kosovo voor de opdracht BELUKOS 13.
De periode 2004 is vooral gekenmerkt door de reorganisatie van het Regiment. Op 02 maart wordt het Eskadron Gidsen, gelegerd te Lombardsijde en voorheen het verkenningsmiddel van de Brigade Para-Commando, onder bevel geplaatst van het 1JP en wordt daardoor het verkenningseskadron van het Regiment.
Voortaan zal het Regiment bestaan uit : een bataljon staf, een eskadron staf en diensten, en twee eskadrons Recce, zijnde A en B en een verkennings- eskadron G.
Deze integratie van het eskadron G wordt bevestigd met een parade op 7 mei 2004.
Tevens is dit de aanvang om van onze trouwe CVR-T familie afscheid te nemen en deze klaar te maken voor afvoer, wat zal gebeuren in de periode oktober en november 2004. Het Regiment gaat voorlopig over op verkenningsjeeps en unimog.
Toekomstgericht zullen de eskadrons Recce uitgerust worden met het voertuig Pandur en MPPV (Dingo II), het eskadron G bekomt MPPV.
In 2005 voert 1JP de opdrachten BELUKOS 19 te Kosovo (Esk A en een Pl Esk G) en ISAF VII Det KAIA 8 te Afghanistan (Esk B en een Pl Esk G) uit vanaf de tweede semester, het volledige jaar staat in het teken van de voorbereiding en uitvoering van deze belangrijke opdrachten.

De Jagers te Paard van heden, geschaard rond hun glorierijke standaard zijn bereid, om, naar het voorbeeld van hun voorgangers, al de opdrachten waartoe ze geroepen worden met geestdrift te vervullen, in dienste van Vorst en Vaderland.

Het Eskadron Gidsen

In het kader van de nieuwe structuur en het moderniseringsplan 2000-2015 van Defensie werd onder andere beslist om het Eskadron Gidsen in het leven te roepen. Het Eskadron vindt zijn oorsprong voor een groot deel in het 3L Para van Flawinne en dit vooral op het vlak van de opdracht, de organisatie en het materieel. Wat daarentegen het personeel betreft, komt er, gezien de nieuwe ligging in het kwartier Lombardsijde te Nieuwpoort, niemand rechtstreeks over van 3L Para.
Op 3 juni 2002 komt het installatiepersoneel van het Eskadron toe om de aankomst van de eenheid voor te bereiden, en dit zowel op logistiek gebied als op het vlak van de infrastructuur. Een groot gedeelte van het materieel is zoals gezegd afkomstig van 3L Para, maar ook van andere eenheden wordt er materieel overgenomen. De gebouwen, die tussen 2003 en eind 2005 vernieuwd worden, worden ter beschikking gesteld door 14A.
Vanaf september 2002 wordt er getraind met één peloton verkenners, en in functie van de aankomst van bijkomend personeel gaat men over naar twee, later naar drie pelotons.
Sinds begin 2003 vervult het Eskadron zijn opdrachten in de schoot van de Brigade Paracommando als onafhankelijk verkenningseskadron. De voornaamste opdrachten van deze gevechtseenheid zijn de verkenning, zowel bij dag als bij nacht, van vijand en terrein, alsook het oprichten van mobiele check-points en het uitvoeren van allerhande patrouilles. Het Eskadron houdt zich klaar om één peloton te leveren in het kader van een eventuele inzet met een Paracommando-eenheid in Afrika.
In zijn definitieve vorm bestaat het Eskadron uit het commando en zijn staf en drie verkenningspelotons, elk peloton bestaande uit zeven verkenningsjeeps. Bij het belangrijkste materiaal vindt men Milans, MAG’s, Minimi’s en nachtzichtapparatuur zoals Goggles, Lunos, Sophie, Mira, Irbis. Het aantal aanwezige militairen bedraagt ongeveer honderdvijfentwintig.
Het Eskadron heeft op 5 februari 2003 de standaard en de tradities overgenomen van het Regiment der Gidsen en draagt op zijn muts het kenteken van ditzelfde regiment. Zowel de rode als de zwarte muts worden gedragen. De standaard van het Regiment der Gidsen wordt bewaard te Lombardsijde. De eerste en tevens ook laatste Korpscommandant van het Eskadron als onafhankelijke eenheid is de Majoor VANPUYVELDE Peter, de RSM is de Adjudant-Chef MYLLE Roland.
In maart 2004 houdt het Eskadron Gidsen op te bestaan als onafhankelijke eenheid, en wordt als derde gevechtseskadron geïntegreerd in het 1 Regiment Jagers te Paard. Het blijft gestationeerd te Lombardsijde.
Om zich te oefenen in zijn opdrachten, organiseert het Eskadron vanaf het begin allerlei oefeningen in het binnenland (in de klassieke kampen en in burgerterrein), en neemt met eenheden van de Brigade Para-Commando deel aan buitenlandse kampen zoals OTTERBURN (Groot-Brittanië) en SENNELAGER (DUITSLAND). Tevens wordt er naar gestreefd om bepaalde specifieke aanwezige know-how, zoals commando- en parachutagetechnieken, te onderhouden of aan te leren. Het Eskadron heeft in zijn rangen specialisten zoals onderrichters commando, onderrichters close-combat, despatcher, snipers, DAS-veiligheidspersoneel aan de ambassades in Afrika, en tracht het nodige te doen om deze kwalificaties te behouden.
Als Eskadron van het Eerste Jagers te Paard levert het Eskadron Gidsen vijfenveertig militairen voor de opdracht ISAF VII Det KAIA 8 te KABUL, Afghanistan en achtendertig militairen voor BELUKOS 19 te MITROVICA, Kosovo.

Afbeelding

In het wapenschild van het 1ste Jagers te Paard, herinneren de traditionele gele en groene kleuren aan de uniformen vroeger gedragen in het Regiment.
De jachthoorn verbeeldt de Jagers terwijl de twee gekruiste sabels als symbool van de lichte cavalerie gelden. Een lint met onze leuze
"UBIQUE FIDELIS ET FORTIS"
omkranst het cijfer 1, dat ons onderscheidt van de andere Jagers te Paard.

Afbeelding

Beschrijving van de Standaard
Leeuw op voetstuk, beide verguld, koord van gouddraad.
Voetstuk lange zijde :
“L’UNION FAIT LA FORCE”
1R REGIMENT DE CHASSEURS A CHAVEL”
Voetstuk korte zijden : “A”
Stok in twee delen, door een huls verbonden.
Doek van zijde, 74 x 74 cm met goudfranjes
Opschriften Recto :
“CAMPAGNE 1914-1918 REIGERSVLIET ANVERS LA GETTE”
Verso :
“VELDTOCHT 1914-1918 REIGERSVLIET
ANTWERPEN DE GEETE”
Nestel in de kleuren van het Oorlogskruis en het Kruis der Ontsnapten 1940-1945

De eerste Standaard van het Regiment werd door Z.M. Koning Leopold I aan Kolonel A. Van Remoortere overhandigd. Dit gebeurde te Mechelen op 3 januari 1832.

Het Regiment verloor helaas zijn Standaard op 16 augustus 1914 te Sart-Risbart.

Z.M. Koning Albert I overhandigde een tweede Standaard aan Kolonel J. Van Lil te Gijvelde op 16 juni 1918.

Op 28 Mei 1940 werd het embleem van inbeslagneming gered en te Gijverinkhove begraven. Daarna verborgen kanunnik Dehoux, aalmoezenier van het Regiment, en de Heer Vernieuwe het in 1941 in de kapel van Hun. Tenslotte slaagde een groep gevluchten, waaronder onderluitenant G. Rens, kanunnik Dehoux, Senator en Mevrouw Descamps erin, de vlag naar Groot-Brittanië te laten overbrengen.

De Standaard werd dan aan de 1ste Groepering van de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittanië, 1st Belgian Armoured Cars Squadron, toevertrouwd.

Op 22 september 1945 werd de Standaard aan het Koninklijk Museum van het Leger overgedragen. Op 8 oktober 1946 overhandigde Minister van Landsverdediging, Luitenant-kolonel SBH R. de Fraiteur, te Luik de Standaard aan Luitenant-kolonel M. Nossent, commandant van het 1ste Regiment Jagers te Paard. Dit Regiment, voormalig 1ste Verkenningsregiment, werd op 6 mei 1946 opgericht en nam op die datum de tradities van het 1ste Regiment Jagers te Paard over.

In mei 1967 werd de Standaard in herstelling gegeven, maar daarna afgekeurd wegens slechte staat; een nieuw embleem werd vervaardigd en aan het 1ste Regiment Jagers te Paard gegeven, dat de toestemming had de oude Standaard als reliek te bewaren.

De Standaard wordt bewaard bij het 1ste Regiment Jagers te Paard.

http://picasaweb.google.com/jlbaerckman ... svliet2008
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Het Belgische leger.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron