Herstel en wederopbouw in België na de oorlog.

Alles over Wereldoorlog 1 in België.

Moderators: Messalina, Tandorini

Herstel en wederopbouw in België na de oorlog.

Berichtdoor Messalina » 20 jun 2009, 14:14

Na vier jaar bezetting waren industrie,handel en landbouw ernstig ontwricht.De heropbouw van het land en een snelle hervatting van de economische activiteiten kregen absolute voorrang.De regering Delacroix besefte bij haar aantreden in november 1918 dat de verwachtingen van de bevolking hooggespannen waren: na jaren van ontbering snakten de meeste Belgen terug naar "normale" levensomstandigheden.

Een overzicht van de geleden schade begint noodgedwongen met een schatting van het aantal doden en gewonden.Hoewel de menselijke verliezen in België in vergelijking met Frankrijk,Groot-Brittannië en Duitsland beperkt bleven,mag men niet vergeten dat achter deze kale cijfers veel ellende en verdriet schuil ging.
Het leger telde zo'n 40.000 gesneuvelden,waarvan het grootste deel gevallen was tijdens het bevrijdingsoffensief.Dit "lage" cijfer was mede te wijten aan de snelheid van de Duitse inval en bezetting,waardoor slechts één vijfde van de manschappen gemobiliseerd was.Bovendien hadden koning Albert en de legerleiding herhaaldelijk geweigerd om Belgische soldaten in te zetten bij geallieerde offensieven,die zij tot mislukken gedoemd achtten.
Het aantal burgerlijke slachtoffers werd in totaal op zo'n 9.000 geraamd.De meesten onderhen,bijna 6.000,waren al tijdens de eerste oorlogsmaanden gevallen.Daarnaast kwamen nog 2.614 mensen om ten gevolge van de deportaties naar Duitsland.Ook de epidemie van Spaanse griep die in 1918-1919 Europa teisterde,eiste met 20.000 slachtoffers een hoge tol van de verzwakte bevolking.

Rampentoerisme.
Duizenden mensen hadden have en goed verloren: 70.000 woningen waren volledig vernield,meer dan 200.000 huizen waren ernstig beschadigd.Steden als Leuven en Dinant,die tijdens de Duitse inval in brand waren gestoken,hadden bijzonder zwaar geleden.De verwoestingen waren het grootst in West-Vlaanderen,waar de oorlog vier jaar lang had gewoed.De streek tussen Ieper en Nieuwpoort,één van de vruchtbaarste landbouwgebieden van het land,was in een maanlandschap veranderd.
Rampentoerisme is van alle tijden,en na de wapenstilstand kende het "fronttoerisme" grote belangstelling.Een Parijse krant organiseerde in de lente van 1919 zelfs een "Omloop der Slagvelden",een wielerwedstrijd die de renners in zeven ritten langs alle slagvelden in België en Frankrijk voerde.
In de rest van België was de landbouw minder zwaar getroffen.Wel was de veestapel door de opeisingen en het slachten van koeien en varkens drastisch uitgedund.Vele boeren hadden tijdens de oorlog goede zaken gedaan.Zij hadden dan ook de mogelijkheden om de produktie snel te hervatten en hun veestapel terug op peil te brengen.
De schade aan de industrie verschilde sterk van sector tot sector.De steenkoolmijnen,die tijdens de oorlog waren blijven produceren,kwamen nagenoeg intact uit de strijd.De staalnijverheid,metaalindustrie en de metaalconstructie waren daarentegen zwaar getroffen.Grondstoffen,machines en uitrusting waren door de bezetter systematisch ontmanteld en naar Duitsland afgevoerd.
De transportinfrastructuur was zwaar beschadigd.Honderden bruggen waren in 1914 opgeblazen om de Duitse opmars af te remmen.Bijna 4.000 km spoorweg,ofnagenoeg de helft van het spoorwegen- en buurtspoorwegennet,was onbruikbaar.Een groot gedeelte van het locomotievenpark was naar Duitsland versleept.De havens van Gent en Zeebrugge en het kanaal Gent-Terneuzen hadden eveneens zwaar geleden onder de oorlog.
Globaal werd de directe oorlogsschade geschat op 3,5 tot 4 miljard goudfrank.Wanneer men ook het verlies aan voorraden en buitenlandse investeringen en de oorlogslasten in rekening brengt,was België door de oorlog 8 tot 10 miljard goudfrank verloren.Dit bedrag kwam overeen met 16 tot 20 procent van de vooroorlogse nationale vermogen.
Ook de monetaire situatie was aan een grondige sanering toe.Tijdens de oorlog was de geldcirculatie aanzienlijk gestegen,ook al omdat de bezetter steeds meer Duitse marken in omloop had gebracht.Officieel circuleerden er voor ongeveer drie miljard frank aan Duitse marken,maar dit cijfer hield geen rekening met de Belgische tegoeden in Duitsland.Onmiddellijk na de wapenstilstand was er door een gebrekkige controle aan de grenzen nog voor 2,4 miljard frank aan marken frauduleus ingevoerd.

Het herstel.
De wederopbouw werd door de regering Delacroix met groot enthousiasme aangevat.De nieuw opgerichte Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid gaf langlopende kredieten aan de industrie.Alleen een snel economisch herstel kon een einde maken aan de gigantische werkloosheid,die ook na de wapenstilstand het meest acute probleem bleef; het land telde meer dan één miljoen werklozen.
Een groot gedeelte van de werkende bevolking bleef voorlopig afhankelijk van de bijstand van het Nationaal Hulp- en Voedingscomité.Het steungeld werd nog enkele maanden uitbetaald,tot hety werkloosheidsvraagstuk overgenomen werd door het ministerie van Arbeid.De overheid organiseerde in 1920 een nieuw stelsel van werklozensteun,via een vrijwillig bijstandsstelsel.
De regering toonde zich bijzonder gul bij het toekennen van schadeloosstellingen aan burgers en de bedrijfswereld.Er werd ongeveer 10 miljard frank uitgekeerd aan particulieren en ondernemingen voor de vergoeding van de materiële schade.Om de woningbouw te stimuleren werd in oktober 1919 de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen opgericht.In de verwoeste gebieden,tussen Ieper en Nieuwpoort,waren bijzondere maatregelen nodig.Vanaf april 1919 werden speciale premies verstrekt om de terugkeer van de bewoners aan te moedigen.Ook de terugbetaling van de marken werd gekenmerkt door eenzelfde vrijgevigheid: zij werden omgewisseld aan de vooroorlogse,veel te hoge koers van 1 mark voor 1,25 frank.
De hervatting van de industriële produktie werd aanvankelijk afgeremd door een gebrek aan transportmiddelen,waardoor de aanvoer van grondstoffen en machines maar traag verliep.In de zomer van 1919 leken de grootste problemen achter de rug: de industriële activiteit was aanzienlijk toegenomen en de tewerkstelling steeg.Alleen de zwaar getroffen metaalindustrie had het nog moeilijk en produceerde op 15 procent van het vooroorlogse peil.
Na de oorlog werden enkele oude sociale eisen ingewilligd.Ondanks hardnekkig patronaal verzet werden in 1921 de 8-urendag en de 48-urenweek ingevoerd.Om de koopkracht van de werkende bevolking te beschermen werden de lonen in 1919 automatisch gekoppeld aan een index van kleinhandelprijzen.

De rekening.
De wederopbouw,de uitbetaling van de schadeloosstellingen en de omwisseling van de marken werden gefinanceerd door opeenvolgende binnen- en buitenlandse leningen.De regering ging zo onbesuisd leningen aan omdat zij nog altijd geloofde dat Duitsland alle aangerichte schade snel en integraal zou vergoeden.de slogan "de mof zal betalen" die gedurende vier jaar herhaald was,had zijn uitwerking niet gemist.
Het probleem van de herstelbetalingen vormde één van de grootste struikelblokken tijdens de vredesconferentie van Versailles.Alle geallieerde landen presenteerden een gepeperde rekening aan Duitsland,maar België ging hierin zeer ver: het vroeg 11,4 miljard goudmark schadevergoeding.De regering en de Nationale Bank verwachtten daarnaast dat Duitsland zonder morren alle "Belgische" marken zou overnemen.België had tenslotte fors moeten lenen om de oorlogsinspanning vol te houden: op het einde van de oorlog waren de geallieerde voorschotten opgelopen tot meer dan 5 miljard frank.De regering hoopte dat ook deze oorlogsleningen zouden kwijtgescholden worden.
Nog voor het begin van de vredesconferentie werd duidelijk dat deze optimistische verwachtingen niet erg realistisch waren.de regering had er op gerekend dat de geallieerde mogendheden de Belgische financiële eisen warm zouden steunen,maar dit bleek een misrekening.De Britten maakten er zelfs geen geheim van dat zij de Belgische eisen schromelijk overdreven vonden.Vooral de befaamde econoom John Maynard eynes,die als financieel adviseur verbonden was aan de Britse delegatie,toonde zich niet mals voor de Belgische inhaligheid.Keynes stelde koeltjes vast dat ons land,op de VS na,het minst geleden had van alle oorlogvoerenden en zeker geen aanspraak konden maken op een voorkeursbehandeling.
La vita e bella.
Avatar gebruiker
Messalina
Generaal-majoor
Generaal-majoor
 
Berichten: 48
Geregistreerd: 31 mei 2008, 13:46

Keer terug naar Wereldoorlog 1 in België.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron