Verzet tegen de moffen.

Alles over Wereldoorlog 1 in België.

Moderators: Messalina, Tandorini

Verzet tegen de moffen.

Berichtdoor Tandorini » 01 apr 2012, 15:04

"Vive la Belgique! Vive le..." Gabrielle Petit kreeg de tijd niet om ook nog de door haar vereerde koning Albert een laatste huldebetoon te brengen toen de Duitse kogels op 1 april 1916 een einde aan haar leven maakten. Ze was 23 jaar en was één van de kleine 5000 Belgen die in de Eerste Wereldoorlog voor de Britse militaire inlichtingendiensten hebben gewerkt.

Gabrielle Petit is als een nationale heldin, meer nog, als een nationale legende de geschiedenis ingegaan. De cel waarin ze in de gevangenis van Sint-Gillis opgesloten zat, werd na 1918 de locatie voor een jaarlijkse bedevaart. Met haar en andere helden uit de Eerste Wereldoorlog als voorbeeld werd de vaderlandsliefde bij de tussenoorlogse generaties aangewakkerd.
Grabrielle Petit was in juli 1915 in Folkstone gerekruteerd. Oorspronkelijk wilde ze via Engeland naar het front, om er als verpleegster te werken, maar haar intelligentie moet de Britse recruteurs gefrappeerd hebben. Het haar aangeboden geld deed de rest.
Het meest bekende Belgische inlichtingennet dat met de Britten werkte, was ongetwijfeld "La Dame Blanche", met meer dan 1000 agenten. Zoals de andere netten van Britse origine legde het zich toe op het observeren en noteren van Duitse militaire transporten. Het net leverde zeer belangrijke inlichtingen over het Duitse lente-offensief van 1918. De rapporten van "La Dame Blanche" (en van andere netten) werden aan agenten van de Britse Secret Service bezorgd, die in het neutrale Nederland opereerden. Soms werden ze door koeriers over de (met prikkeldraad afgezette!) grens gebracht, soms werden ze op vooraf afgesproken plaatsen over de prikkeldraad gegooid.
In België en Noord-Frankrijk waren op zijn minst een twaalftal netten van Britse inspiratie werkzaam. Een 1500-tal Belgen heeft voor de inlichtingendienst van het Franse en het Belgische leger gewerkt, maar over de werking hiervan is veel minder bekend dan over de netten van Britse origine.

Sluikbladen.
Heel wat Belgen hebben zich ook ingelaten met de hulp aan geallieerde militairen, ontsnapte krijgsgevangenen of Belgen die zich via Nederland bij het leger achter de IJzer wilden voegen. Dat was ook het geval voor Edith Cavell. Zij was van Britse afkomst maar leefde al geruime tijd in België. In 1907 werd ze directrice van een verpleegsterschool in Brussel. Zij werd op 12 oktober 1915 op 50-jarige leeftijd terechtgesteld.
Een dergelijke activiteit ging vaak gepaard met medewerking aan de clandestiene soldatenpost ("Le Mot du Soldat", "De Familiegroet", Dieu et Patrie"). De Duitsers hadden correspondentie van familieleden met soldaten aan het front verboden, omdat op die manier inlichtingen over het bezette gebied aan de Belgische regering in Le Havre konden bezorgd worden. Van daar naar sluikpers is maar een stap.
Het meest bekende sluikblad uit de Eerste Wereldoorlog is zeker "La Libre Belgique", uitgegeven op initiatief van Victor Jourdain, die hoofdredacteur was geweest van het conservatieve blad "Le Patriote", dat door de Duitsers verboden was. Maar er waren ook Nederlandstalige sluikbladen zoals "De Vrijschutter", "De Vrije Stem" en zelfs een "Vlaamsche Leeuw", die niettemin heel Belgicistisch brulde. De "Libre" verscheen in 1940 opnieuw als sluikblad, maar werd door andere mensen uitgegeven; ook "De Vrijschutter" verscheen opnieuw in 1941, deels door dezelfde initiatiefnemers als in 1915.

Recidivisten.
Bijna honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog en 60 jaar na het einde van de Tweede is het mogelijk inzake verzet een vergelijking tussen de twee bezettingen te maken. Opvallend is alvast het relatief groot aandeel van vrouwen in het verzet tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dertig procent van de agenten van "La Dame Blanche" waren vrouwen. Dat net werd weliswaar geleid door mannen, maar er was een reserve-leiding voorzien die uitsluitend uit vrouwen bestond. Het kleine Noord-Franse net "Ramble", dat geleid werd door Louise de Bettignies, bestond overwegend uit vrouwen.
Denise de Weerdt heeft bij de opzoekingen voor haar boek "De vrouwen van de Eerste Wereldoorlog" (Gent, Stichting Mens en Cultuur, 1993) vastgesteld dat meer dan 350 vrouwen uit België en Noord-Frankrijk wegens deelname aan verzetsactiviteiten voor Duitse krijgsraden verschenen. Elf van hen werden terechtgesteld.
De emoties die deze terechtstellingen van vrouwen tijdens de Eerste Wereldoorlog veroorzaakten, brachten Hitler er tijdens de Tweede Wereldoorlog toe de Duitse "Justitie" aan te bevelen vrouwen niet te vlug te executeren om er geen martelaren van te maken; zoals het dan toch moest, gebeurde het in het grootste geheim (tijdens 1914-'18 werd de terechtstelling van vrouwen daarentegen openbaar gemaakt.
Ook frappant is dat de allereerste vormen van verzet uit 1940 dezelfde waren als in 1914-'18: inlichtingen, ontsnapping, sluikpers. Niet zelden waren hierin "recidivisten" actief. Walthère Dewé, die in 1917-'18 "La Dame Blanche" had geleid, stichtte in 1940 een nieuw inlichtingendienst: "Clarence". Eén van de allereerste sluikbladen uit 1940 ("Chut!") werd uitgegeven door een advocaat die tijdens de Eerste Wereldoorlog aan "La Libre Belgique" had meegewerkt.
De eerste agent die in oktober 1940 boven België geparachuteerd werd (Constant Martiny), had in 1914-'18 ervaring opgedaan in clandestien werk. De eerste sluikbladen uit 1940 verwijzen nadrukkelijk naar helden uit de Eerste Wereldoorlog: Adolphe Max, Kardinaal Mercier, maar ook Edith Cavell en Gabrielle Petit.
Er waren echter ook verschillen tussen de twee wereldoorlogen op het stuk van verzet. In tegenstelling tot 1914-'18 was er tijdens de Tweede Wereldoorlog sprake van sabotage en verzet op grote schaal, zelfs dermate dat het begrip "verzet" niet of zelden uitsluitend met gewapende actie vereenzelvigd wordt. De clandestiene radioverbindingen, die in 1940-'44 zo belangrijk waren, speelden in 1914-'18 nauwelijks een rol. Ook met het beeld van de geheime agenten die geparachuteerd worden of door een vliegtuig in bezet gebied worden afgezet, zijn we heel vertrouwd. Dergelijke operaties waren schaars in de Eerste Wereldoorlog, maar ze bestonden wel degelijk, en wellicht is dit één van de minst bekende aspecten van het verzet uit 1914-'18. Zo werden op 22 oktober 1916 twee agenten van de Franse militaire inlichtingendienst in België afgezet; zij werkten tot begin 1917 met agenten van "La Dame Blanche". In 1917 werd ook geprobeerd om agenten per ballon aan de grond te zetten, iets wat enkel in het Groothertogdom Luxemburg lukte.
Er was nog een laatste verschil dat in niet geringe mate verantwoordelijk is voor het feit dat het verzet uit 1914-'18 nauwelijks gekend is: er is heel weinig wetenschappelijk onderzoek over verricht. In de periode tussen de twee wereldoorlogen werd er wel heel veel over gepubliceerd, maar veel hiervan was schromelijk overdreven, geromantiseerd of ronduit verzonnen. Deze publicaties waren bedoeld om de vlam van het patriottisme brandend te houden, niet om tot de kennis van de geschiedenis bij te dragen.
NEC JACTANTIA NEC METU ("zonder woorden, zonder vrees")

Avatar:De Siciliaanse vlag,oorspronkelijk uit 1282,de triskelion (trinacria) in het midden,is van oorsprong een oud Keltisch zonnesymbool.


Avatar gebruiker
Tandorini
Generaal
Generaal
 
Berichten: 2759
Geregistreerd: 30 mei 2008, 23:18

Keer terug naar Wereldoorlog 1 in België.

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast

cron